Cijfers & onderzoeken

Vijf trends in de kwartaalcijfers van het woningaanbod

19 april 2017 Leestijd ± 3 minuten 271 views

Een pijlsnel dalend woningaanbod, dat is de meest opvallende conclusie die is te trekken uit de woningmarktcijfers over het eerste kwartaal van 2017 die de NVM recent bekendmaakte. In dit eerste kwartaal stonden er zo’n 32,7 procent minder woningen te koop bij NVM-makelaars dan in hetzelfde kwartaal van 2016 (2017: 79.000 woningen, 2016: 117.000 woningen). Het onderstreept het pleidooi dat NVM-voorzitter Ger Jaarsma eerder hield op Kop-Munt om ieder jaar 80.000 nieuwe huizen te bouwen. Wat waren verder de opvallende conclusies uit de kwartaalcijfers van de NVM?

1.    Aantal woningtransacties stijgt minder snel
Ten opzichte van het laatste kwartaal van 2016 steeg het aantal transacties met zo’n 10 procent. Dat percentage lag de afgelopen kwartalen nog consequent op 15 tot 20 procent. De reden dat het aantal transacties niet meer zo snel stijgt is dat er simpelweg te weinig huizen te koop staan. Vooral in de oververhitte gebieden als Amsterdam, Haarlem, Utrecht, Amersfoort en Groningen is een daling ingezet. Daar tegenover staan regio’s in Brabant, de Achterhoek en de Kop van Noord-Holland waar het aantal verkochte woningen met gemiddeld zo’n 40 procent steeg. 

2.    Vraag- en verkoopprijzen stijgen nog steeds 
In vergelijking met het eerste kwartaal van 2016 stegen de verkoopprijzen van woningen met 8,8 procent. De gemiddeld verkochte woning kostte 248.000 euro. Nog steeds stijgen de prijzen in Amsterdam het hardst, met een jaarlijkse prijsontwikkeling van ruim 20 procent. Maar ook de regio’s rondom Amsterdam, Utrecht en grote steden als Hengelo/Enschede, Nijmegen en Den Bosch kenden flinke prijsstijgingen. In vrijwel alle regio’s in het land is sprake van hogere verkoopprijzen dan een jaar eerder. 

Al twee jaar op rij stijgen ook de vraagprijzen van te koop staande woningen. Vergeleken met een jaar geleden is de vraagprijs van de gemiddeld te koop staande woning met 5,6 procent gestegen en komt uit op 311.000 euro. Voor appartementen wordt een prijs van gemiddeld 186.000 gevraagd, 8,2 procent meer dan vorig jaar, terwijl voor 2-onder-1-kapwoningen de vraagprijs op 287.000 euro ofwel 3,2 procent hoger ligt. De vraagprijs stijgt het snelst in Amsterdam: met maar liefst 31 procent. Ook in Haarlem steeg de vraagprijs zeer snel: 24,2 procent. In Waterland, Zaanstreek en Almere steeg de vraagprijs gemiddeld met ruimt 13 procent. 

3.    Woningen worden steeds sneller verkocht 
Gemiddeld staat een woning tegenwoordig 77 dagen te koop. Dat is 31 dagen minder dan een jaar geleden. Een appartement wordt het snels verkocht: binnen 55 dagen. Een vrijstaande woning kent gemiddeld nog 175 dagen verkooptijd. Het grootste deel (61 procent) van de verkochte woningen is binnen een kwartaal verkocht. Bij een op de acht woningverkopen staat de woning langer dan een jaar te koop. 

4.    Vooral steeds minder appartementen in de verkoop
Zoals gezegd daalt het aantal huizen dat in de verkoop staat rap. Dat geldt vooral voor appartementen: er staan bijna de helft (47,3 procent) minder appartementen te koop in vergelijking met een jaar eerder. Voor vrijstaande woningen daalde het aanbod met 22,1 procent. De regionale verschillen zijn groot. Regio’s met een zeer krappe woningmarkt zijn Amsterdam, Waterland, Leiden en de stad Groningen. Hier daalt het aanbod sterk en is de competitie tussen woningkopers groot. Er zijn ook regio’s waar het woningaanbod weliswaar afneemt, maar waar ook nog steeds nieuw aanbod op de markt komt, zoals Grootegast, Zuid-Friesland en Kop van Overijssel.

5.    Meer particuliere beleggers op de woningmarkt 
Er komen steeds meer particuliere beleggers op de koopwoningmarkt, met als doel hun bezit te verhuren. Uit gegevens van het Kadaster blijkt dat de groep beleggers –natuurlijke personen met 3 tot 50 woningen in bezit – de afgelopen tien jaar bijna verdubbeld is. In 2016 kochten particuliere beleggers bijna 6 procent van het totaal aantal verkochte woningen in Nederland. Jaarsma: “Het goede hieraan is dat het aandeel vrije sectorhuurwoningen toeneemt. De keerzijde is dat koopstarters meer concurrentie ervaren en vaker achter het net vissen, omdat er meer partijen op de koopwoningmarkt actief zijn.”