Column

Stijgen de huizenprijzen echt zo hard?

02 februari 2018 Leestijd ± 2 minuten

De huizenprijzen rijzen de pan uit in Nederland. De gouden jaren zijn terug en de tijd dat mensen met hun hypotheek ‘onder water’ stonden lijkt lang geleden. Maar ja, als de geschiedenis een ding heeft geleerd, is het dat we snel vergeten.

Natuurlijk, het ging hard in 2017. Het CBS becijferde dat Nederlandse woningen vorig jaar gemiddeld 8,2 procent duurder werden. In Europees perspectief valt het allemaal wel mee. Eurostat ziet een toename van 10,2 procent in het derde kwartaal 2017, vergeleken met dezelfde periode een jaar eerder. Nederland behoort tot de top-5 van Europa, maar de waardestijging is relatief klein als je kijkt naar de nummer één: IJsland. Dat land zag de prijzen van woningen met 22,5 procent toenemen, gevolgd door Tsjechië met 12,5 procent.

Een stijging van de huizenprijzen lijkt een natuurkundig fenomeen. Jarenlang hebben huizenkopers op dit principe hypotheken afgesloten. In de jaren negentig staken we ons tot ver boven onze nek in de schulden, want de stenen zouden toch wel in waarde toenemen. Wie naar de geschiedenis kijkt, ziet een heel ander plaatje. Beroemd is het onderzoek van hoogleraar Vastgoedfinanciering Piet Eichholtz van de Universiteit Maastricht. Hij stelde de Herengracht-index samen. Deze toont de prijsontwikkeling van een woning aan de Herengracht, die in 2010 2,6 miljoen euro kostte, teruggerekend naar 1650, gecorrigeerd voor inflatie. Conclusie: de huizenprijzen stijgen niet op de superlange termijn, maar schieten heen en weer. Ook in 1736 kostte het pandje aan de Herengracht omgerekend naar nu 2,6 miljoen euro.

Goed dus dat huizenkopers sinds kort verplicht zijn hun woning af te lossen. Dan ben je niet meer zo afhankelijk van de stijging van de huizenprijs voor vermogensopbouw. Je huis is straks helemaal van jou, hoeveel het ook kost.

 

Menno Luiten, commercieel directeur MUNT Hypotheken