Cijfers & onderzoeken

Moderne adviseur is ook buiten kantooruren bereikbaar

14 maart 2016 Leestijd ± 2 minuten

Naar welke hypotheekadviseur gaat de voorkeur van Nederlanders uit? Een man of een vrouw? Jong, of liever wat ouder met veel ervaring? En moet hij/zij in het weekend bereikbaar zijn? MUNT Hypotheken onderzocht het onder ruim duizend hypotheekklanten.

Of een adviseur nu van het mannelijke of vrouwelijke geslacht is, blijkt verreweg de meeste Nederlanders niet uit te maken. 78,3 procent zegt geen voorkeur te hebben, een percentage dat overigens onder mannen en vrouwen vrijwel even hoog is. Als men wel een voorkeur heeft, dan is dat vaak voor een mannelijke adviseur (14,1 procent). Deze groep is onder vrouwen en mannen even groot.

Ervaren, maar toch modern
Man of vrouw maakt dus meestal niet uit. Wat wel uitmaakt, is ervaring. Slechts 3,4 procent van de hypotheekklanten zou liever kiezen voor een jongere adviseur zonder ervaring dan voor een wat oudere  adviseur met ervaring. Dit is wellicht te verklaren uit de grote financiële belangen die klanten ervaren bij een hypotheek en de daaruit voortvloeiende behoefte aan solide advies. Een ervaren adviseur kan dan vertrouwen uitstralen.

Iets waar de oudere adviseur wel rekening mee dient te houden, zijn de eisen van deze tijd. Een moderne hypotheekadviseur is ook buiten kantooruren bereikbaar. Veel hypotheekklanten vinden het niet meer dan normaal dat hun adviseur ook 's avonds (60,1 procent) en in het weekend (42 procent) bereikbaar is. Adviseurs die hiermee rekening houden, komen hun klanten tegemoet.

Liever specialist dan generalist
Wie nog iets extra's wil bieden, moet goed nadenken over de invulling van deze extra dienstverlening. Het aanbieden van meer producten naast hypotheekadvies is weliswaar voor 19,7 procent van de klanten een meerwaarde, maar een nog veel grotere groep van 41,8 heeft liever een hypotheekspecialist. Over het algemeen doet men liever zaken met een bekende partij dan een onbekende partij (60,2 procent) en ook schaal speelt een rol waar het voorkeur betreft: 31 procent neigt naar een grotere partij, 12,7 procent heeft liever te maken met een kleinere speler.