In perspectief

Duurzaam bouwen en betaalbaar wonen bijten elkaar niet

24 november 2017 Leestijd ± 3 minuten 212 views

We hadden het kort geleden met Jop Fackeldey van G32 over het transformeren van binnenstedelijke gebieden, maar ook bespraken we het beter benutten van de reeds bewoonde publieke ruimte. Op die manier zouden de Nederlandse steden nog ruimte bieden aan 300.000 woonplekken. Maar hoe geef je dit vorm? Daarover spraken we met architect Paul de Ruiter.

De Amsterdamse B’Mine-toren is een toonbeeld van hoe stedenbouwers te werk zouden kunnen gaan. “De hoogte in, in plaats van de breedte dus”, merkt Paul de Ruiter droog op. Met zijn gelijknamige architectenbureau Paul de Ruiter Architects is hij al sinds 1994 bezig om duurzaam gebouwen te verwezenlijken. Waar dit eerder nog als idealistisch werd beschouwd, zien opdrachtgevers er vandaag de dag juist een lucratieve business in. Dit heeft al geresulteerd in uiteenlopende geslaagde kantoorpanden, maar ook op het gebied van woningbouw heeft Paul de Ruiter Architects al de nodige ervaring opgedaan.

De aan het IJ gelegen B’Mine-toren is daar een treffend voorbeeld van. En niet alleen op het gebied van duurzaamheid valt hier veel van te leren. Ook betaalbaarheid is een issue dat in veel middelgrote steden inmiddels flink leeft. Want niet alleen in Amsterdam stijgen de huizenprijzen; ook in middelgrote steden buiten de Randstad, zoals Eindhoven en Groningen, is dit het geval. Hoe wordt wonen in de stad, wat zoveel mensen willen, weer betaalbaar?

B'Mine is een initiatief van gebieds- en vastgoedontwikkelaar AM en belegger MN - namens Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT) - en is ontworpen door Paul de Ruiter Architects. Samen met de gemeente Amsterdam ontwikkelden ze een nieuw concept dat het ook voor eenverdieners een stuk eenvoudiger maakt om betaalbaar nabij het stadscentrum te wonen. “De meeste woningen worden gebouwd volgens een concept dat alleen voor gezinnen geschikt is.” Dat wil zeggen: met een grote slaapkamer en één of enkele kleinere slaapkamer(s), naast een badkamer en een woonkamer. Helemaal niet geschikt voor twee vrienden die ergens samen willen wonen dus.

“Daarom hebben we het ‘Friends-concept’ ontwikkeld; een woning met twee gelijkwaardige master bedrooms. Daarnaast hebben we, met goedkeuring van de gemeente Amsterdam, het concept van hoofd- en medehuurder omgegooid: beide vrienden staan als hoofdhuurders geregistreerd.” Op die manier komt de ene huurder niet in de problemen wanneer de ander vertrekt”, legt De Ruiter uit. Een mooi concept voor eenpersoonshuishoudens, waarvan er zo’n 3,4 miljoen zullen bestaan rond 2030, aldus het Planbureau voor de Leefomgeving.

Energieneutraal
De Ruiter is van mening dat woningen energie moeten produceren in plaats van consumeren. “Geen nul-op-de-meter, maar een plus-op-de-meter-woning”, zo omschrijft hij het idee hierachter.  Ook dát heeft te maken met betaalbaar wonen, volgens De Ruiter. “Ga maar na, een woning die geen energie kost maar juist oplevert, daar bespaar je óók veel geld mee. Dat zou je dan in de prijs terug moeten gaan zien.”

Door warmte en kou in de grond op te slaan, heeft een woning weinig tot geen energie van externe leveranciers meer nodig. “Gebruik het teveel aan warmte dat je in de zomer opslaat om in de winter de woning mee op te warmen. En koel het huis in de zomer met de kou die je in de winter achterhoudt”, verheldert De Ruiter het principe. Dit sluit mooi aan op het gasloos wonen, een voornemen waar verschillende Nederlandse gemeentes inmiddels actief mee bezig zijn en wat noodzakelijk is om in 2050 als economie volledig circulair te zijn.