In perspectief

De stresstest: een rampzalige rampenoefening voor banken

26 augustus 2016 Leestijd ± 3 minuten 154 views

In juli voerde de Europese Bankenautoriteit (EBA), in samenwerking met andere Europese bancaire partijen, de EU-brede stresstest van 2016 uit. De test werd veel besproken in verschillende media, waarbij er voornamelijk kanttekeningen werden geplaatst bij de betrouwbaarheid ervan. Wat is nou precies de zin en de onzin van deze stresstest? En wat kan de hypotheekadviseur ervan leren?

We spraken met Edo van de Burgwal, riskmanager bij MUNT Hypotheken en met Ivo Arnold, hoogleraar Monetaire Economie bij Nyenrode en de Erasmus Universiteit.

De stresstest is een soort 'rampenoefening' voor banken. Banken moeten voor doemscenario’s genoeg buffers achter de hand hebben, zodat nationale overheden ze niet hoeven te redden met miljarden aan belastinggeld. Volgens Arnold is het belangrijk dat er stresstesten plaatsvinden: “Middels deze test worden de balansen van banken onder de loep gehouden. We moeten weten wat er gebeurt als er weer een crisis plaatsvindt.”

Maar die stresstesten laten niet per se een realistisch beeld zien, zo zei ook SP-Kamerlid Arnold Merkies op NPO Radio 1. Dat er geen realistisch beeld wordt afgegeven komt volgens Arnold en Van de Burgwal onder andere door de volgende punten.

Banken worden buiten beschouwing gelaten
Het merendeel van de Europese banken heeft de stresstest aardig doorstaan, maar dat betekent niet direct dat alle banken een “Lehman-achtige” financiële crisis kunnen overleven. Zo zijn er in totaal 51 banken onderzocht, waarmee slechts 70 procent van de bancaire sector in de EU wordt gedekt. Tijdens de stresstesten van 2011 en 2014 werden er meer banken meegenomen.

“De banken die uit de test worden gelaten zijn juist de interessante, discutabele banken,” aldus Van de Burgwal. Vier Nederlandse banken waren onderdeel van de test, namelijk ABN Amro, BNG Bank, ING en Rabobank. SNS Bank en NWB Bank ondergingen dezelfde test als onderdeel van het reguliere toezicht door het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme (SSM), maar de uitkomsten van die test worden niet door de European Banking Authority (EBA) of de Europese Centrale Bank gepubliceerd. Van de Burgwal: “Deze banken zouden niet groot genoeg zijn voor de stresstest.” Arnold: “Het bankwezen is juist erg vervlochten, als één bank problemen heeft, krijgen anderen dat ook.”

De gestelde scenario’s zijn te gematigd
Arnold noemt de benoemde scenario’s "vrij mild". Volgens hem had de EBA een veel strengere test moeten uitvoeren door ook zwaardere crisisscenario’s mee te rekenen. Arnold: "De Europese toezichthouder onderwerpt de banken nu aan een relatief mild scenario. Maar als je dan ziet dat dit al veel teweeg brengt bij de banken, wat gebeurt er dan bij een écht zware crisis, zoals die in 2008?”

Geen consequenties
Voor de Nederlandse banken heeft de stresstest nu geen onmiddellijke consequenties. “Er zijn alleen gevolgen als ze door het ijs zakken, pas dan wordt er wat aan gedaan,” vertelt Arnold. In die gevallen kan bijvoorbeeld de benodigde kapitaalbuffers worden verhoogd door de toezichthouders, waardoor het minder interessant voor banken wordt om bijvoorbeeld hypotheken aan te bieden, omdat ze die liquide middelen nodig hebben. In Nederland is dit voorlopig echter niet het geval. Van de Burgwal voegt toe: “Een ander mogelijk gevolg van negatieve resultaten in de stresstest zou kunnen zijn dat banken conservatiever worden in de hypotheekmarkt en zodoende minder concurrerende rentes afgeven.” Wat de test exact voor gevolgen heeft op de hypothekenmarkt moet kortom nog blijken. Wel is duidelijk dat de regels die ten grondslag liggen aan de test grotere gevolgen hebben dan de uitslag van de test.