Elke week bespreken we het belangrijkste nieuws uit de hypotheeksector met een adviseur. Deze week hebben we het met Dennis van Lieshout van Freek Hypotheek in Eindhoven over de verbouwingen en verduurzamingen van 55-plussers en wat meer thuiswerken doet met de wensen van huizenkopers.
“Nee, wij krijgen de laatste tijd niet extra 55-plussers die willen gaan verbouwen. Maar dat er sprake is van weinig seniorenwoningen, dat is natuurlijk een feit.
We spreken wel veel oudere mensen, maar die weten vaak niet precies wat ze willen. Ze hebben iets gelezen over ‘overwaarde benutten’ en hopen dat ze dat geld gewoon krijgen. Ze realiseren zich niet dat het om een lening gaat en dat je je vermogen opeet voor consumptieve doelen.
De wens is vaak om kleiner óf goedkoper te wonen, maar dat is niet hetzelfde. Een appartement is niet per se goedkoper dan hun huidige huis. Wat ze echt zoeken – een bungalow met een tuintje – wordt niet gebouwd. Grond is veel te duur, dus een ontwikkelaar bouwt liever een vrijstaand huis op datzelfde stuk grond. Het gevolg is dat de meeste ouderen gewoon blijven zitten waar ze zitten.
Wat ik vooral interessant vind, is het aantal jongere koopstarters. Het aandeel koopstarters was in 2024 is een van de hoogste van de afgelopen 15 jaar. Dat is opmerkelijk, want overal lees je dat jongeren geen huis meer kunnen kopen. Maar juist in de jaren dat er het hardst wordt geroepen dat starters niet kunnen kopen, is hun marktaandeel het hoogst. Dat is toch paradoxaal?
Het klopt dat een bepaalde categorie, de alleenstaande met een modaal inkomen, inderdaad geen huis meer kan kopen. Maar de starters die nu wél kopen, hebben een ander profiel: het zijn vaak tweeverdieners, allebei hbo-opgeleid of hoger, die samen al snel 90.000 tot 100.000 euro verdienen. Die kopen gewoon, ook met een studieschuld en een beetje spaargeld. Het klopt dus allebei: één groep starters op de woningmarkt heeft het moeilijk, maar het totale marktaandeel van starters is prima."
"Het is natuurlijk een feit dat mensen sinds corona veel meer zijn gaan thuiswerken. Maar de vertaalslag naar concrete woonwensen en wat mensen daadwerkelijk kopen, ligt een stuk genuanceerder. De realiteit is dat de meeste mensen allang blij zijn als ze überhaupt een huis kunnen vinden. De wens voor een extra kamer, een fatsoenlijk kantoor, is er absoluut. Iedereen die twee dagen per week thuiswerkt, wil een fatsoenlijke plek met een goed bureau. Maar de luxe om die wens ook te realiseren, hebben de meeste van onze klanten simpelweg niet.
Wat ik in de praktijk zie, is dat het vooral een kwestie is van passen en meten. In een typisch Nederlands huis, met een paar slaapkamers, is er niet zomaar een kamer over. Het is dus geen harde eis op het wensenlijstje, maar meer een 'nice to have' die in de praktijk bijna nooit wordt ingelost door een groter huis te kopen. Een grote verbouwing om een extra kamer te creëren, kost heel veel geld, en dat is voor de meeste kopers geen optie.
De oplossing is bijna altijd improvisatie. Het kleinste kamertje in huis of de zolder wordt ingericht als kantoor. Als er dan kinderen komen of de gezinssituatie verandert, is die ruimte ook zo weer weg en wordt er een slaapkamer van gemaakt. Ik zie het dagelijks tijdens online adviesgesprekken. Dan zie ik mensen in een klein hokje zitten en hun achtergrond in Teams of een ander programma wijzigen. Dat is hoe het in de praktijk gebeurt. Ik spreek soms met stellen die allebei thuiswerken in een kleine flat, allebei met een koptelefoon op om hun eigen calls te kunnen doen. En dan proberen ze het hypotheekadviesgesprek er even tussendoor te plannen.
Dus ja, de wens is er, maar de realiteit is dat de krappe Nederlandse woningmarkt en de beperkte ruimte in de meeste huizen het simpelweg niet toelaten. Het leidt niet zozeer tot een andere aankoop, maar tot creatieve oplossingen binnen de bestaande vierkante meters. Mensen moeten toch ergens zitten."