Starters met studieschuld betalen hoge prijs voor aanscherping woonquote

11 februari 2026 Leestijd ± 4minuten
Starters met studieschuld betalen hoge prijs voor aanscherping woonquote

Elke week bespreken we belangrijk nieuws uit de hypotheeksector met een adviseur. Deze week is het woord aan Jan Thale Haandrikman, directeur van Van Bruggen. Met de aanscherping van de woonquote wordt het voor starters met een studieschuld nog lastiger om een woning te kopen. Dat geldt vooral voor de ‘pechgeneratie’. “Dat is niet alleen onrechtvaardig, maar ook contraproductief.” 

Met de aanscherping van de woonquote - de maximale verhouding tussen inkomen en woonlasten -kunnen starters nog minder lenen. Vooral starters met een studieschuld betalen hiervoor de rekening. Als je bijvoorbeeld 45.000 euro per jaar verdient en maandelijks 200 euro kwijt bent aan de aflossing op de studieschuld, kun je dit jaar iets meer dan 160.000 euro lenen voor het kopen van een huis. Dat is ruim 7.000 euro minder dan een jaar geleden. Haandrikman luidde eind vorig jaar al de noodklok en deed een oproep: tel de studieschuld van starters niet langer mee bij het vaststellen van de maximale hypotheek. “De nadelen wegen niet op tegen de voordelen. Het systeem pakt structureel oneerlijk uit.” Het gaat bovendien om een omvangrijke groep, benadrukt hij. “Ruim 140.000 starters hebben volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek een studieschuld van 50.000 euro of meer.” Dat zijn er bijna 10.000 meer dan in 2024 en 113.000 meer dan tien jaar geleden. Ruim drieduizend mensen hebben zelfs een studieschuld van een ton of meer. 

 

Groeiende tweedeling tussen starters 

Bovendien heeft het meetellen van de studieschuld als gevolg dat er een tweedeling ontstaat, aldus Haandrikman. “Starters beginnen al met een achterstand”, zegt hij. “Ze hebben te maken met hoge huizenprijzen, weinig aanbod in het starterssegment en veel concurrentie, niet alleen van andere starters, maar ook van expats en mensen die op zoek zijn naar een woning na een scheiding. Wie ouders heeft die financieel kunnen bijspringen, redt het vaak nog wel. Maar starters zonder zo’n vangnet worden dubbel geraakt. Dat vergroot de kloof tussen kansrijke en kansarme starters.” 

 

De ‘pechgeneratie’ betaalt de rekening 

Vooral de ‘pechgeneratie’ - studenten die tussen 2015 en 2023 onder het leenstelsel studeerden -wordt onevenredig zwaar getroffen. ”Doordat grofweg het openstaande bedrag bij DUO van de maximale hypotheek wordt afgetrokken, heeft deze generatie niet alleen hun eigen studie moeten betalen, maar vissen ze óók achter het net op de woningmarkt. “Het kan voor sommigen tot 50.000 euro schelen op het te lenen bedrag. In een markt waarin elke euro telt, is dat vaak het verschil tussen wel of geen woning.” Volgens Haandrikman worden starters met een studieschuld aan twee kanten klemgezet. “Ze kunnen minder lenen voor de aankoop van een woning en worden naar de huurmarkt gedreven”, legt hij uit. “Maar juist daar zijn de maandlasten veel hoger dan bij kopen.” Dat leidt tot een paradox. “Bij een huurwoning geldt geen wettelijke verplichting om rekening te houden met de studieschuld. Maar zodra je wil kopen, is diezelfde schuld een probleem.” Met als gevolg dat sommige starters besluiten hun studieschuld maar niet of niet volledig te melden. “Het systeem nodigt uit tot ontwijkgedrag en dat is iets wat je niet moet willen. Maar ik begrijp wel waar het vandaan komt; jongeren hebben het gevoel dat ze anders geen kans maken.” 

 

Anders kijken naar aflossingstermijnen 

Haandrikman erkent dat een studieschuld een financiële verplichting is. “Je kunt starters echter wijzen op de flexibiliteit in het terugbetaalsysteem van DUO. De aflossing is inkomensafhankelijk, je kunt pauzeren en de schuld later terugbetalen. Bijvoorbeeld als je verder bent in je loopbaan en er sprake is van inkomensverbetering. Het nieuwe kabinet zou kunnen overwegen om deze periode pas na vijf of tien jaar te laten ingaan”, zegt hij. “Dat maakt het risico beheersbaar, zeker met een goed onderbouwd advies. Als adviseurs hebben we de verantwoordelijkheid om te beoordelen of de lasten daadwerkelijk passen bij het inkomen en de situatie van starters en hen te wijzen op de mogelijkheden en risico’s.” Critici vrezen dat het buiten beschouwing laten van de studieschuld de huizenprijzen zou kunnen opdrijven. Haandrikman relativeert dit. “Dat effect wordt overschat. Als we prijsopdrijving willen beperken, moeten wij ook kijken naar andere regelingen die veel meer invloed hebben. De kern van dit vraagstuk zit in het structurele woningtekort, waardoor de doorstroming stokt. Zolang er te weinig woningen zijn, blijft de markt overspannen. Starters extra straffen lost dat niet op.” 

Nieuwsbrief

Als eerste de achtergronden bij het hypotheeknieuws lezen? Benieuwd naar opinies uit de markt? Meld je aan voor de nieuwsbrief en je mist nooit meer iets op www.kop-munt.nl

 

Om u beter en persoonlijker te helpen, gebruiken wij cookies en vergelijkbare technieken. Als u verder gaat op onze website gaan we ervan uit dat u dat goed vindt. Meer weten? Lees dan de privacy policy.