Keijzer ervaart de krapte op de woningmarkt ook persoonlijk: vier van haar vijf volwassen zoons wonen nog thuis. “Ze zijn tussen de 21 en 30 en het is hen nog niet gelukt een eigen plek te vinden. Ik merk het probleem dus elke dag aan de keukentafel.”
Het grote knelpunt, zegt ze, is de veelheid aan regels. “We hebben ons in Nederland volledig vastgezet met een overdaad aan wet- en regelgeving. Vaak met de beste bedoelingen opgesteld. Maar een opeenstapeling van oude regels houdt ons inmiddels tegen.” Ook vertelt ze dat de overheid in 2016 nog uitging van bevolkingskrimp, waarop beleid werd gebaseerd. “Inmiddels weten we dat we juist méér woningen nodig hebben.”
'We moeten anders naar wonen kijken'
Daarom wil Keijzer vooral dereguleren. Procedures moeten eenvoudiger en het aantal kwaliteitseisen omlaag. Ook zaken als hospitaverhuur, splitsen en woningdelen moeten makkelijker worden, net als het bouwen van een familiewoning op eigen grond. “We moeten anders naar wonen kijken: hoe benutten we de ruimte optimaal? Meer aanbod maakt woningen betaalbaarder, en daar profiteren ook stellen van die uit elkaar gaan.”