Liane den Haan (50PLUS): “Bouwen voor ouderen betekent meer huisvesting voor starters”

Adviseur moet klanten wijzen op de lange termijn
01 februari 2021 Leestijd ± 5minuten
Liane den Haan (50PLUS): “Bouwen voor ouderen betekent meer huisvesting voor starters”

In aanloop naar de verkiezingen spreekt Kop-Munt met politieke partijen over hun plannen voor de woning- en hypotheekmarkt. Vandaag de visie van Liane den Haan, lijsttrekker van 50PLUS.

U wordt omschreven als een vechter. Wie of wat is uw tegenstander?

“Ik ben al vijftien jaar aan het vechten voor de woningmarkt. Toen zei ik exact hetzelfde als wat ik nu nog steeds zeg. Als we niet gaan bouwen en niet gaan investeren in huisvesting voor ouderen, dan loopt de gehele woningmarkt vast.”

En bouwen voor starters dan?

“Overheidsinstanties roepen alleen maar dat we moeten bouwen voor starters. Dat is ook absoluut belangrijk, maar als de doorstroom van de woningmarkt niet op gang komt dan is het bouwen voor starters weinig zinvol. Daarom moeten we juist aan de achterkant beginnen: door geschikte woningen voor senioren te bouwen. Als zij verhuizen, komen er vanzelf huizen voor starters en jonge gezinnen vrij.”

Maakt u zich geen zorgen dat de starter de dupe is van een te eenzijdige kijk op doorstroming?

“Het is een én-én-verhaal. Zie het als een soort deltaplan: als we bouwen voor ouderen, dan werken we ook aan huisvesting voor starters. Ondertussen is het ook belangrijk te kijken naar het revitaliseren van gebouwen. We hebben veel regels in Nederland omtrent bouwen. Terecht, want het klimaat en de natuur zijn belangrijk. Maar we moeten ook ergens wonen. Veel leegstand moet daarom gerevitaliseerd worden. Vlakbij mijn huis is het oude FNV-kantoor gesloopt, terwijl we daar prima een tweede leven voor hadden kunnen bedenken. Dat gebeurt ook met verzorgingshuizen; die worden omgekat. Dat zouden we veel meer moeten doen, vind ik.”

Dus de oplossing voor het woningtekort ligt volgens u in het revitaliseren van bestaande bouw?

“Voor een deel wel. Veel bedrijfspanden, bedrijfsterreinen en scholen liggen op de juiste plekken: in de buurt van een station en dichtbij het stadscentrum. Veel van die gebouwen staan leeg, terwijl je daar makkelijk en op een goede manier een paar honderd mensen kan huisvesten.”

“Ook moeten we kijken naar wat we voor elkaar kunnen doen. Een tijd geleden heb ik samen met mijn moeder een huis gekocht. We hebben nu een ruim huis met daarin voor mijn moeder een eigen appartement. Met het oog op mantelzorg later is dat een fijne situatie.”

Is het zo belangrijk voor u dat daarom de nummer 1 van de partij hier het woord op voert?

“Ja. Want goed ouder worden begint bij goed wonen. ”

Wat moet een minister van wonen doen?

“Het idee voor een minister van wonen is om een functie in het leven te roepen die langer meegaat dan de scope van een gemiddelde politicus. Die scope van politici is vier jaar. Maar als je spreekt over wonen dan moet je twintig, dertig, misschien wel veertig jaar vooruit kijken. Vijftien jaar geleden zagen we aan de demografische ontwikkelingen al dat het mis zou gaan met de woningmarkt. Nu ziet iedereen het probleem en heeft vrijwel iedere politieke partij het in het verkiezingsprogramma staan. Politiek is voor mij het middel om het onderwerp waar ik al vijftien jaar, als directeur-bestuurder van ANBO, mee bezig ben, tot uitvoering te brengen.” 

15 jaar lang roept u al dat de woningmarkt problematisch is, waarom gaat er nu wel geluisterd worden?

“Het probleem is nu zo groot dat het ook in de media breeduit wordt besproken. Zodra het in de media komt, pakt de politiek het op. In de pers lees je de verhalen over ouderen die in een te groot huis wonen, nooit meer op de bovenverdieping komen, de tuin niet meer kunnen onderhouden en ondertussen zijn de starters degene die geen woning kunnen vinden. Het is nu een probleem en daarom gaan politici zich ermee bemoeien. Begrijpelijk, maar wel laat.” 

Komen de problemen op de woningmarkt door regels vanuit de toezichthouders?

“Ik snap niks van die toezichthouders. Regels zijn heel belangrijk, dat snap ik. Maar we moeten regels hebben die bevorderen in plaats van belemmeren. Daar helpt de toezichthouder ook bij.”  

Hoe wil 50PLUS het bouwen van nieuwe woningen bekostigen?

“Onder andere door verhuurderheffingen. Daarnaast moeten pensioenfondsen meer gaan investering in huisvesting en ook meteen op grote schaal. Investeer nou maar in de burger, dat rendeert. Gemeenten moeten hierin worden meegenomen. Veel beleid is gedecentraliseerd en om die reden heeft zestig procent van de gemeenten een woon-leef-visie, maar slechts dertig procent gebruikt dit. Daar moet veel meer mee gedaan worden.” 

Geluiden gaan op dat gemeenten weer actief startersleningen moeten gaan verstrekken. Is dat iets wat 50PLUS zou steunen?

“Jazeker. Als je kijkt naar de blijverslening, dat is een gunstige lening die gemeenten kunnen verstrekken aan de mensen die een huis willen bouwen om daar langer te blijven wonen. Dit geldt trouwens ook voor de ‘hofjesprojecten’ voor huisvesting van ouderen. Zo’n starterslening moet standaard zijn opgenomen in de woon-leef-visie van een gemeente. 50PLUS is een partij voor de huidige groep ouderen, maar ook voor de toekomstige groep ouderen.” 

Is de opeethypotheek iets wat 50PLUS actief zou steunen?

“Nee. Met een opeethypotheek zie je dat mensen uiteindelijk met te hoge woonlasten opgezadeld zitten. Zij kunnen die hypotheek niet meer betalen zodra ze hun pensioen krijgen. Op dit vlak is een belangrijke rol weggelegd voor de financieel adviseur.” 

Wat vindt u van de Prins Bernhard-belasting voor huisjesmelkers?

“Dat vind ik prima. Als je kijkt naar de grootstedelijke woonproblematiek zie je heel duidelijk dat veel woningen worden opgekocht door particuliere investeerders die panden ombouwen naar meerdere appartementen, om daar vervolgens eindeloos veel geld voor te vragen. Studenten met vermogende ouders of starters kunnen daar wonen, maar veel mensen die minder bedeeld zijn kunnen dat niet. Dit stimuleert problemen op de woningmarkt, en wat mij betreft mogen de huisjesmelkers veel zwaarder belast worden.” 

Tot slot, wilt u nog iets kwijt aan de adviseur?

“Ik denk dat het belangrijk is dat ze mensen laten inzien dat zij moeten anticiperen op hun situatie. Wanneer je ergens net woont denk je vaak niet aan hoe het later moet. En als je net werkt denk je niet aan wat je hebt na je pensioen. Een financieel adviseur moet hen wijzen op de lange termijn, zodat diegene later niet in de problemen komt. Wijs hen op de mogelijkheden die er zijn. De meeste mensen weten niet eens van het bestaan van een verzilver- of blijverslening af.”


Geschreven door

Redactie
Redactie

Vond u het artikel interessant?

Bedankt voor uw stem!

16 stemmen (gemiddeld 4,4 van 5).

Anderen bekeken ook

“Gaat het mis? Los het op!”

03 februari 2021 Als hij terugdenkt aan het hypotheekadvies dat Mark Thijssens (53) ...

“AFM zaait onnodig paniek over aflossingsvrije hypotheken”

04 februari 2021 Zeker 78.000 huishoudens lopen het risico dat ze hun aflossingsvrije ...

Faissal Boulakjar (D66): “Crisisfonds voor woningbouw”

28 januari 2021 In aanloop naar de verkiezingen spreekt Kop-Munt met politieke partijen ...

Deze hypotheekadviseur heeft het ‘niet druk’

10 september 2020 De hypotheekadviseur van de maand augustus heeft het niet druk. ...

Nieuwsbrief

Als eerste de achtergronden bij het hypotheeknieuws lezen? Benieuwd naar opinies uit de markt? Een voorsprong nemen op je kennistest-tegenstanders? Meld je aan voor de nieuwsbrief en je mist nooit meer iets op www.kop-munt.nl.