De gedachte dat het forfaitair rendement voor spaarders en beleggers niet langer houdbaar is, kreeg vorig jaar een nieuwe impuls met het zogeheten D-Day-arrest van 6 juni 2024. De uitspraak bevestigt wat velen al vermoedden: belasting betalen over niet-gerealiseerde of onhaalbare rendementen is juridisch op losse schroeven komen te staan.
Wie kan een beroep doen op teruggave?
Een logische vraag die klanten stellen is of zij in aanmerking komen voor belastingteruggave. De mogelijkheid daartoe bestaat, afhankelijk van het belastingjaar én of tijdig bezwaar is gemaakt of een verzoek tot ambtshalve vermindering is ingediend. De hoofdpunten op een rij:
Vooral het jaar 2020 verdient nu aandacht: klanten die toen bezwaar maakten of deelnamen aan de collectieve procedure hebben tot eind dit jaar om hun verzoek af te ronden.
Wat is werkelijk rendement volgens de Hoge Raad?
Het arrest van 6 juni maakt duidelijk dat alleen het werkelijke rendement mag worden belast, als dit lager is dan het forfaitaire. Dat werkelijke rendement bestaat uit:
Verliezen uit voorgaande jaren mogen daarbij niet worden verrekend. Het rendement wordt bepaald op portefeuilleniveau — niet per individueel vermogensbestanddeel. Voor klanten betekent dit dat zij hun jaaroverzichten, beleggingsoverzichten en afschriften goed moeten bewaren. De Belastingdienst komt naar verwachting in de zomer van dit jaar met een formulier om het werkelijke rendement aan te leveren.
Onzekerheid rondom eigen gebruik vakantiewoning
Een open punt blijft de fiscale behandeling van onroerend goed dat voor eigen gebruik dient, zoals vakantiewoningen. Volgens het kabinet moet ook het voordeel van eigen gebruik worden belast — met als richtlijn een forfaitair rendement van 5,06% van de WOZ-waarde. Dit voorstel heeft echter nog geen juridische status en leidt tot veel discussie. Ook hier geldt dus: er is nog geen definitieve lijn.
Hervorming box 3: uitstel tot 2028
De eerder geplande invoering van een nieuw box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement is recent uitgesteld tot 1 januari 2028. De Raad van State uitte stevige kritiek op het wetsvoorstel: het systeem zou te complex zijn, het ontbreekt aan een integrale visie op de drie boxen, en er is twijfel over de uitvoerbaarheid. Zo zouden er ruim 900 extra medewerkers nodig zijn bij de Belastingdienst om het nieuwe stelsel te implementeren.
Deze vertraging maakt adviseren lastig. Immers: het maken van onomkeerbare keuzes — zoals vastgoed overhevelen naar een B.V. of dividend uitkeren naar privé — kan fiscaal ongunstig uitpakken als de regelgeving op termijn anders blijkt.
Voorzichtigheid geboden in de adviespraktijk
Voor adviseurs is het belangrijk om klanten niet alleen te informeren, maar ook te waarschuwen voor fiscale onzekerheid. Een aantal praktische aanbevelingen:
Tot slot
De recente jurisprudentie en politieke besluitvorming bieden iets meer duidelijkheid over box 3, maar vooral nog veel onzekerheid. De praktische boodschap voor adviseurs: blijf alert, geef ruimte voor fiscale flexibiliteit en help klanten om met de juiste informatie hun keuzes uit te stellen of goed te onderbouwen.