Elke week bespreken we belangrijk nieuws uit de hypotheeksector met een adviseur. Deze week is het woord aan Mieke Pels, beleidsadviseur Energietransitie Gebouwde Omgeving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. De verduurzaming van de gebouwde omgeving is één van de grootste opgaven waarvoor ons land staat. Hoewel het energiegebruik in ruim drie jaar tijd met meer dan 20 procent is gedaald, zijn er nog veel meters te maken. Zo is het aantal hypotheekaanvragen waarin verduurzaming wordt meegefinancierd ondanks verruimde leennormen gedaald. Een gemiste kans, vindt Pels. “Verduurzaming is uiteindelijk de snelste weg naar lagere en stabielere woonlasten.”
Nu de spanningen in het Midden-Oosten verder oplopen, is zichtbaar hoe snel de gasprijzen plotseling kunnen stijgen. Bovendien komt er op termijn een beprijzing van fossiele energie. Dat betekent dat energiebesparing en zelfvoorzienend worden - zowel voor huishoudens als voor ons land als geheel - steeds belangrijker worden, benadrukt Pels. Dat het aantal hypotheekaanvragen voor verduurzaming is gedaald, betekent volgens haar niet automatisch dat huishoudens minder investeren in energiebesparende maatregelen. Uit de Consumentenmonitor Hypotheekbezitters blijkt zelfs dat veel huiseigenaren verduurzaming uit eigen middelen betalen. “In verschillende onderzoeken zien we dat veel mensen die hun woning verduurzamen dat vaak met spaargeld doen”, zegt Pels. “Dat is positief, maar betekent ook dat een deel van het verduurzamingspotentieel niet wordt benut. Mensen die hun spaargeld niet willen of kunnen gebruiken, zetten misschien niet alle stappen die zij willen. Tegelijkertijd blijkt uit het onderzoek dat mensen die wel maatregelen nemen tevreden zijn.”
Veel Nederlanders zijn niet bekend met de financiële mogelijkheden die er zijn om extra stappen te maken. Zo kunnen mensen met een gezamenlijk verzamelinkomen van minder dan 60.000 euro via het Warmtefonds een Energiebespaarlening met 0 procent rente afsluiten. Voor huiseigenaren binnen een VvE zijn er leenmogelijkheden en er zijn speciale regelingen voor mensen met minder draagkracht, zowel voor grondgebonden woningen als voor VvE’s bij het Warmtefonds. Binnen de hypotheek kan iedereen het Energiebespaarbudget aanvragen, maar hiervan wordt minder gebruikgemaakt dan voorheen. “In 2024 zijn de leennormen voor verduurzaming verruimd. In 2025 is bij 12 procent van alle hypotheekaanvragen - zo’n 70.000 aanvragen - het Energiebespaarbudget meegefinancierd; in 2024 was dit 15 procent. Bij woningen met energielabel E, F of G was dit in 2024 29 procent en nu ruim 25 procent. Bij elkaar is dat een daling van ongeveer 20 procent”, somt Pels op. “Voorheen werden zonnepanelen meegefinancierd, maar deze zijn door het afschaffen van de salderingsregeling minder aantrekkelijk. Belangrijk is dat mensen weten wat verstandig is om te doen in hun woning.”
Het goede nieuws is dat mensen met een koopwoning vaker door hun hypotheekadviseur over verduurzaming worden benaderd. Dat aandeel is de afgelopen jaren bijna verdubbeld. Een positieve ontwikkeling, al benadrukt Pels dat adviseurs niet alles hoeven te weten. “Toevallig was ik zelf jarenlang hypotheekadviseur. Tien jaar geleden was verduurzaming nauwelijks onderwerp van gesprek. Dat is echt veranderd. Tegelijkertijd ligt bij de aankoop van een woning de focus vaak op het rondkrijgen van de hypotheek. Dat is al complex genoeg. Mijn advies is daarom: neem het Energiebespaarbudget standaard mee in het hypotheekgesprek. Je hoeft geen energie-expert te zijn, maar kunt klanten wel wijzen op de financiële mogelijkheden en doorverwijzen naar een energieadviseur of gemeentelijk energieloket.”
Om woningbezitters beter de weg te wijzen, werkt de overheid aan een ‘routekaart’. Daarbij speelt Europese regelgeving een belangrijke rol. “De Europese richtlijn EPBD IV schrijft voor dat gebouwen richting 2050 energieneutraal moeten zijn. We werken nu aan een eindnorm waarmee we vóór eind 2026 voor elke woning voorspelbaar maken aan welke vereisten deze in 2050 moet voldoen.” Volgens Pels geeft dit houvast. “Als je weet welke stappen nodig zijn - van isolatie tot een andere warmtevoorziening of het zelf opwekken van energie - kun je daar stap voor stap naartoe werken. Dat begint meestal met isolatie en ventilatie. Daarna volgt de keuze voor een warmtevoorziening, zoals een warmtepomp of warmtenet en een stukje energie-opwek voor eigen gebruik. Overigens kun je ook starten met een slimme warmtepomp en op een later moment isoleren. Laat mensen hun eigen keuze maken, maar wel met het einddoel in gedachten.”
Een ander probleem is dat regelingen vaak versnipperd zijn. “Gemeenten hebben eigen subsidies binnen het Nationaal Isolatieprogramma. Daarnaast zijn er landelijke regelingen en verschillende financieringsvormen via het Warmtefonds en Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten. Voor consumenten, maar ook voor hypotheekadviseurs, is het lastig het overzicht te houden.” Om dat te verbeteren, werkt het ministerie aan een digitale oplossing: de Verduurzamingstoolbox voor hypotheekadviseurs. Via een technische koppeling - een zogeheten API - kunnen zij straks in hun eigen adviessoftware direct zien welke subsidies en financieringsregelingen voor een specifieke woning beschikbaar zijn. “Het idee is dat zij tijdens het adviesgesprek meteen inzicht hebben in de mogelijkheden: van lokale subsidies tot financiering via het Energiebespaarbudget, het Nationaal Warmtefonds of het Fonds Funderingsherstel.”
Een belangrijke groep in de huizenmarkt zijn starters. Zij kopen relatief vaak oudere (huur)woningen met een EFG-label. Juist deze groep kopers is eerder bereid om concessies te doen om hun kansen te vergroten. Verduurzaming heeft dan vaak niet de hoogste prioriteit. Pels: “Uit onderzoek van Brainbay blijkt dat verduurzaming echt loont. De woningwaarde stijgt bijna dubbel zo hard als de investering. Bovendien kun je sommige dingen, zoals isolatie, relatief eenvoudig zelf doen. Veel gemeenten bieden zelfs ‘Doe-het-zelf’-subsidies aan. Met behulp van de Verduurzamingstoolbox kunnen adviseurs klanten ook op deze mogelijkheden wijzen.”
Uiteindelijk vraagt de verduurzaming van de woningvoorraad om samenwerking in de hele vastgoedketen, benadrukt Pels. Tijdens bijeenkomsten met makelaars, taxateurs, financiers en adviseurs wordt daarom gekeken hoe de sector gezamenlijk kan optrekken. “Het doel is dat iedereen hetzelfde basisverhaal vertelt. Dat bewoners straks op elk moment in hun wooncarrière - bij aankoop, verbouwing of oversluiten - gewezen worden op de mogelijkheden om hun woning energiezuiniger te maken.” Als bij elk moment in de woningcyclus twee verduurzamingsmaatregelen worden genomen, kan al veel worden bereikt, vertelt ze. “Denk aan isolatie in combinatie met een nieuwe warmtevoorziening. Als je zulke maatregelen bij elk moment in de wooncyclus combineert, kom je al snel een heel eind. En door woningen energiezuiniger te maken verlagen we niet alleen de uitstoot, maar ook de energierekening.”