NHG heeft een aantal veranderingen aangekondigd voor komend jaar. De belangrijkste wijzigingen zetten we op een rij.
De NHG-grens stijgt vanaf 1 januari 2026 van € 450.000 naar € 470.000. Bij leningen met Energie Besparende Voorzieningen is de grens € 498.200. De borgtochtprovisie blijft 0,4% van het geleende bedrag.
Vanaf 2026 geldt één uniforme NHG-grens voor alle woningtypen, zoals tiny houses, drijvende woningen en flexwoningen. Daarmee vervalt de aparte NHG-grens voor woonwagens en standplaatsen. Voor woningtypen met specifieke risico’s, zoals drijvende woningen, kunnen extra voorwaarden gelden, bijvoorbeeld een verzekering tegen zinkschade. Hiermee wil NHG ervoor zorgen dat alle type woningen hetzelfde worden behandeld.
Vanaf 1 januari 2026 mag een bestaande lening met NHG bij de verkoop van de oude woning tijdelijk volledig aflossingsvrij worden gemaakt, zolang de consument twee woningen heeft en de intentie heeft te verhuizen. Zo wordt het mogelijk om de tijdelijke dubbele last voor de consument te verlichten. Dit mag zolang beide woningen fiscaal als ‘eigen woning’ gelden, dus maximaal het lopende kalenderjaar plus de drie daaropvolgende jaren.
De regels voor het vrijgeven van opgebouwde waarde in een opbouwproduct zijn verduidelijkt en versoepeld. Geldverstrekkers mogen een gekoppeld opbouwproduct vrijgeven tijdens regulier beheer, bij ontslag hoofdelijke aansprakelijkheid of oversluiten. De opgebouwde waarde blijft bedoeld voor aflossing, maar als vrijgave verantwoord is én in het belang van de consument, mag dat. Daarbij gelden de gebruikelijke NHG-regels.
De regels voor het toetsen van financieringslasten sluiten per 2026 weer volledig aan bij de Tijdelijke regeling hypothecair krediet (Trhk). De NHG-toets wordt in drie stappen uitgevoerd:
Op basis van de hoofdsom en de werkelijke (restant) looptijd.
Op basis van de hoofdsom minus de opgebouwde waarde en de werkelijke (restant) looptijd.
Op basis van de hoofdsom en een fictieve looptijd van 30 jaar.
Alleen als een berekening in een eerdere stap tot een afwijzing leidt, wordt naar de volgende stap gegaan. Als stap 3 nodig is, wordt ook de gewogen gemiddelde rente over 30 jaar bepaald.
NHG verruimt de mogelijkheid om inkomen mee te toetsen vanaf de AOW-leeftijd.
Tot nu toe mochten geldverstrekkers vanaf de AOW-datum alleen inkomsten uit AOW, pensioen of lijfrente meenemen. Voortaan mag de geldverstrekker beoordelen of een tijdelijk lager toetsinkomen tussen de AOW- en pensioendatum verantwoord kan worden opgevangen. Dat kan bijvoorbeeld met ander aantoonbaar inkomen, zoals loon of inkomsten uit een onderneming. Deze verruiming geldt uitsluitend voor de periode tussen de AOW-leeftijd en de wettelijke pensioenrichtleeftijd van 68 jaar.
Een compleet overzicht van de wijzigingen is te vinden op www.nhg.nl.