Kortom: het mes is al jaren geleden in de hypotheekrenteaftrek gezet. Dus wat is er nieuw?
Hoe snel nog?
De vraag voor politici is eigenlijk niet óf we moeten afbouwen – dat doen ze al 35 jaar – maar hoe ver en hoe snel ze nog willen gaan. Als ze willen blijven afbouwen, doe dat dan geleidelijk. Als ze besluiten tot een volledige afbouw, smeer dat dan over minimaal twintig jaar uit. Daarmee wordt simpelweg de lijn voortgezet die we jaren geleden zijn begonnen.
De hypotheekrenteaftrek is geen ‘alles of niets’-dossier meer. Het is een stille, trage mars richting een normalisatie. Maar ja, dat levert natuurlijk geen spannende debatten op, dus doen politici liever alsof er nu iets heel radicaals moet veranderen. Daarmee zetten ze veel op het spel, waardoor de starters van de afgelopen jaren er de dupe van dreigen te worden. Zij kochten tegen de hoofdprijs, en zien hun toekomstplannen opeens onder vuur liggen door Haagse proefballonnen.
En daar zit de kern: stop met die onrust veroorzakende verkiezingsretoriek. Starters kloppen nu nerveus aan bij hun hypotheekadviseur, maar die kan geen zekerheid geven. Wél kan een adviseur voorrekenen wat de impact van directe of geleidelijke afschaffing is. Of en in welk tempo dat gaat gebeuren, wordt in Den Haag besloten.