Meer kopstukken

Verkorting alimentatieduur extra complicatie bij echtscheiding

06 juni 2019 Leestijd ± 3 minuten 644 views

De regels voor partneralimentatie veranderen. De maximale duur van partneralimentatie gaat hierdoor volgend jaar naar vijf jaar. Dit heeft ook gevolgen als de ene partner de ander wil uitkopen, een situatie die al complex is.

De maximale duur van partneralimentatie is op dit moment twaalf jaar. Vanaf 2020 wordt dat teruggebracht naar vijf jaar. Voor twee groepen geldt een uitzondering. Dat zijn allereerst mensen die minstens vijftien jaar getrouwd waren en waarvan de alimentatie-ontvanger binnen tien jaar met pensioen gaat. De tweede uitzondering geldt voor stellen met kinderen onder de twaalf jaar.


Lastiger een hypotheek bij uitkoop

“Dit zal zeker impact hebben bij de uitkoop”, zegt Suzanne de Moor, bestuurslid van RFEA, het Register van Financieel Echtscheiding Adviseurs, waarbij meer dan 200 adviseurs zijn ingeschreven. “Veel hypotheekaanbieders nemen de alimentatie alleen als inkomen mee als deze nog minimaal voor een periode van tien jaar loopt bij het afsluiten van de financiering. Dit betekent dat het nog lastiger wordt om een financiering te verkrijgen.”
 

Door hoge woningprijzen is uitkopen moeilijk

De eigen woning was volgens De Moor altijd al een groot struikelblok bij een echtscheiding. “Na een lange periode waarin veel gezinnen te kampen hadden met een huis dat onder water stond, is de laatste jaren de situatie omgekeerd. Door de krapte op de huizenmarkt, zijn huizen weer meer waard geworden. Dat is een probleem voor partners die door scheiding uit elkaar willen. In de eerste situatie bleven ze soms met een flinke restschuld zitten, nu bij de fors gestegen woningprijzen wordt het steeds moeilijker om de vertrekkende partner uit te kopen."


Bird nesting

Stellen met kinderen die het huis toch willen behouden, zoeken creatieve oplossingen. Een voorbeeld daarvan is het zogenaamde ‘bird nesting’. “Hierbij spreken partners af om tijdelijk om en om in het huis te wonen, zodat de kinderen in de echtelijke woning kunnen blijven.” Dit is echter geen structurele oplossing, zo tekent De Moor aan. “Het is fiscaal en financieel niet waterdicht te regelen. Want wie blijft er ingeschreven in de echtelijke woning? Wordt er een huurwoning gehuurd of komt er een koopwoning bij? Wie verkrijgt dan de andere koopwoning en hoe zit het financieel?”

Een andere oplossing is dat de ex-partners de woning samen behouden. Dan heeft de vertrekkende partner nog wel recht op hypotheekrenteaftrek. Ook dit geeft echter complicaties. De Moor: “Dit geldt alleen als het goed is vastgelegd in het convenant en de juiste afspraken zijn gemaakt. De vertrekkende partner kan alleen zijn of haar rente aftrekken als hij of zij deze ook betaalt.”

De Moor ziet het vaak fout gaan. “De blijvende partner blijft alle rente betalen en gewoon aftrekken, wat fiscaal niet is toegestaan. Een onverdeelde woning is tijdelijk een oplossing maar is alleen maar aan te raden als er wel zicht is dat de financiering voor uitkoop bijvoorbeeld over een jaar wel haalbaar zal zijn. Dat kan bijvoorbeeld als er een mogelijke nieuwe partner in beeld is.”


Behoud huis vraagt creativiteit adviseur

Door de veranderende regels en de gestegen woningprijzen moeten adviseurs steeds creatiever worden om het behoud van het huis door een inwonende ex-partner mogelijk te maken, constateert De Moor. “Een echtscheiding is een financiële puzzel: alle afspraken hangen met elkaar samen. Het vergt van een adviseur veel financiële, fiscale en juridische kennis, analytisch vermogen, empathisch vermogen en creativiteit.”