Trends

Starter neemt weinig risico, brengt eigen geld in en zet rente langer vast

06 november 2018 Leestijd ± 3 minuten 262 views

Starters zitten op de woningmarkt in een moeilijke positie. Er zijn te weinig huizen en de concurrentie om de huizen die er zijn, is groot. Toch werd volgens cijfers van Hypotheken Data Netwerk (HDN) in het derde kwartaal nog 30.494 keer een hypotheek aangevraagd om voor het eerst een huis te kopen. Hoe moeilijk de woningmarkt ook is, de starter is dus zeker niet verdwenen.

Een analyse van de cijfers van HDN geeft een beeld van een starter die meer eigen geld inbrengt, niet tot het maximum gaat en de rente lang vastzet. Ook blijkt de starter zelfs in de stad nog terecht te kunnen. Vijf feiten over de starter die anno 2018 een hypotheek afsluit.

 

1. Veel starters lenen niet het maximum

Uit de cijfers van HDN blijkt dat starters gemiddeld 4,06 keer hun inkomen lenen. Meer dan de helft leent meer, maar er is ook een aanzienlijke groep die een kleinere hypotheek neemt. 28 procent zit tussen de 3 en 4 keer het inkomen, 9 procent zelfs maar tussen de 2 en 3 keer. Volgens de Nibud financieringslastnormen kan er tegen een rente van 1,75 procent vanaf een inkomen van 21.500 euro meer dan 3 keer dat inkomen worden geleend. Vanaf een inkomen van 28.000 euro is de maximale hypotheek minstens 4 keer het inkomen. Het kan daarom niet anders dan dat er een aanzienlijke groep starters is die niet voor het maximum hoeft te gaan om een huis te kunnen kopen.

 

2. Starters nemen meer eigen geld mee

Een andere opvallende ontwikkeling is de toename van het spaargeld dat starters in hun huis stoppen. Veruit de grootste groep steekt nu 10.000 tot 15.000 euro in het huis. Twee jaar geleden was dat nog maar 5.000 tot 10.000 euro. Het gemiddelde bedrag dat ze in het huis storten is 37.348 euro. Vermogende starters die echt aanzienlijke bedragen in hun huis steken trekken het gemiddelde omhoog.

 

3. Starters financieren flink minder dan 100 procent

Door de verlaging van de maximale loan-to-value moeten starters ook meer eigen geld inbrengen. Sinds dit jaar is de maximale leensom 100 procent. Starters lenen gemiddeld echter flink minder. Op een woningwaarde van ruim 277.000 euro wordt circa 247.500 euro geleend, ongeveer 90 procent.

 

4. Starters kiezen voor lange rentevaste periodes

Starters kiezen net als andere Nederlanders voor steeds langere rentevaste periodes. Gemiddeld leggen ze de rente achttien jaar vast, hoewel veel van hun ruim daarvoor alweer zullen doorstromen. Natuurlijk bieden veel aanbieders de mogelijkheid om de rente mee te nemen, maar dat is iets dat in de praktijk zeker niet altijd gebeurt.

 

5. In steden krimpt het aantal starters minder dan daarbuiten

De krimp in de grote steden is kleiner dan gemiddeld. In heel Nederland nam het aantal hypotheekaanvragen door starters met 14 procent af. In Rotterdam was dat even groot, maar in Amsterdam, Den Haag en Utrecht was de afname met 5 a 7 procent kleiner. Ondanks de overspannen woningmarkt in de steden, krimpt het aantal starters hier relatief gezien het minst. De starter heeft het dus moeilijk in de stad, maar is ook hier zeker niet verdwenen.