Opinie

'Vertrouwen in financieel adviseur is in het geding'

02 januari 2019 Leestijd ± 3 minuten 379 views

Van de financieel adviseur wordt steeds meer een controlerende rol verwacht, maar is die nog wel in balans met de dienstverlening? Harry Veenendaal is Corporate General Counsel bij Ortec en columnist van het Advocatenblad. Volgens hem zijn de verhoudingen zoek en komt het vertrouwen in de financieel adviseur in het geding door de strengere regelgeving.

Decentralisatie van toezicht is de dood in de pot

Veenendaal maakt zich vooral zorgen over de doorgeschoten decentralisatie van het toezicht: “Die decentralisatie neemt alleen maar toe en daarmee leggen toezichthouders ook steeds meer verantwoordelijkheden neer bij andere echelons, zoals de financieel adviseur. Neem de Wet ter voorkoming van Witwassen en financieren van Terrorisme (Wwft). Daarin staat bijvoorbeeld dat ook de financieel adviseur (vooral de bemiddelaar in levensverzekeringen, red.) fungeert als een poortwachter die de integriteit, stabiliteit en reputatie van de financiële sector beschermt.” Veenendaal vindt dit de dood in de pot voor het financiële toezicht. De adviseur kan immers wel iets signaleren - bijvoorbeeld aandelen van een buitenlands bedrijf in de portefeuille van een klant - maar nooit de middelen hebben om in te schatten of dat een bedreiging vormt.
Veenendaal: “Er zit een paradox in de controlerende rol en de financiële adviesrol. Voor de adviseur is het belangrijk dat er vertrouwen is, zodat de klant volledig openheid van zaken geeft. Alleen met beschikking over alle informatie kan er kundig advies gegeven worden. Dat vertrouwen wordt wat lastig als de klant tegelijkertijd weet dat de adviseur ook een meldplicht heeft van zaken die de adviseur onmogelijk zelf kan controleren.”

Klaas Knot creëert schijnveiligheid

Klaas Knot wordt naast president van De Nederlandsche Bank (DNB) ook voorzitter van de Europese Financial Stability Board (FSB). Knot is niet van plan om de teugels te laten vieren, zo meldde hij afgelopen vrijdag in een interview met de NRC
Veenendaal vindt dat Knot daarmee vooral inspeelt op gevoelens van angst en onzekerheid: “Strengere regels betekenen namelijk niet altijd meer veiligheid, zeker niet als het toezicht op deze manier wordt uitgevoerd. Toezicht is goed, maar het is toch een soort van schijnveiligheid.”
Volgens Veenendaal is Scandinavië het lichtend voorbeeld voor hoe controle beter uitgevoerd kan worden: “Daar staat vooral de eigen verantwoordelijkheid van de financieel adviseur voorop en worden steekproefsgewijs controles uitgevoerd.”

Waak voor een angstcultuur

De vergaande wet- en regelgeving die Knot voorstaat, kan volgens Veenendaal een angstcultuur creëren. Dat is nou net niet nodig. “Er zal altijd misbruik gemaakt worden van een systeem ook al heb je 100 procent toezicht. Criminaliteit kan niet worden voorkomen, je kunt wel de omvang beperken. Die omvang beperk je in alle systemen, ook in het financiële, vooral door de adviseur zelf verantwoordelijk te maken en niet door meer regels toe te voegen.
Veenendaal vindt controle echt een taak van de toezichthouder: “De financieel adviseur moet weer ruimte krijgen om zelfstandig te acteren en adviseren zonder dat het vertrouwen van de klant daar debet aan is.”