Opinie

'Het jongerencontract kent vooral winnaars'

12 september 2018 Leestijd ± 3 minuten 396 views

De torenhoge huizenprijzen maken het voor starters in de randstad onmogelijk om een huis te kopen. Particulier huren is vaak te duur en voor een sociale huurwoning komen starters ook al niet in aanmerking. De Amsterdamse woningcorporatie Stadgenoot signaleerde deze problemen en ontwikkelde een nieuw huurconcept: het jongerencontract. Perry Hoetjes, manager strategie van Stadgenoot, vertelt er meer over.

Van campuscontract naar jongerencontract

Hoetjes: “We merkten al langere tijd dat starters het ontzettend moeilijk hadden op de Amsterdamse woningmarkt. Amsterdam heeft een enorme aantrekkingskracht op starters uit het hele land. Vaak hebben zij, ongeacht hun vooropleiding, een inkomen waarmee ze op sociale huur zijn aangewezen. Door de lange inschrijvingsduur komen zij daar niet voor in aanmerking. Dat vonden wij niet acceptabel”.

Op dat moment werkte Stadgenoot al met het zogenaamde campuscontract: tijdelijke huurwoningen voor studenten. Hoetjes: “Dat concept was helder en werkte goed. We wilden het graag doortrekken naar starters, maar daar was wel nieuwe wetgeving voor nodig. Na veel lobbywerk is het idee opgepakt door Carola Schouten van de ChristenUnie en sinds 1 juli 2016 is het voor woningcorporaties wettelijk mogelijk om starters tijdelijke contracten aan te bieden.” 

Van deze mogelijkheid wordt onder meer in Amsterdam veel gebruik gemaakt. Daar hebben de corporaties met de gemeente  afgesproken maximaal 33% van het aanbod met jongerencontracten te verhuren. Er is veel animo voor.

Jongerencontract

Starters komen voor een jongerencontract in aanmerking als zij tussen de 18 en 28 jaar zijn. Zij huren hun woning voor maximaal vijf jaar. In die periode blijft hun inschrijving staan, waardoor zij inschrijvingsduur blijven opbouwen. Hoetjes: “Daarmee komt een gewone sociale huurwoning na die vijf jaar sneller in zicht. Maar eigenlijk maken veel starters in die vijf jaar zo’n inkomensontwikkeling door dat zij daarna een huis in de vrije sector kunnen huren, of een huis kunnen kopen. Of ze krijgen een partner. Dat werkt natuurlijk als een soort inkomensverdubbelaar, waardoor een huis de vrije sector of een koopwoning ook eerder bereikbaar wordt.”

Doordat starters na vijf jaar een andere woning moeten hebben, wordt scheefwonen voorkomen en komen de betaalbare woningen weer vrij voor nieuwe starters. Uit een eerdere pilot blijkt dat starters er weinig moeite mee hebben om na vijf jaar weer te verhuizen. Hoetjes: “Meestal kiezen ze er na drie of vier jaar zelf voor om te verhuizen. Bovendien blijkt uit een enquete onder oud-huurders dat zij het tijdelijke contract niet vervelend vonden. De overgrote meerderheid was tevreden en vond het een eerlijke deal, 92% raadt het andere starters aan. Oud-huurders waren vooral blij dat zij voor vijf jaar een betaalbare woning in de stad hadden kunnen vinden. Vijf jaar is natuurlijk een eeuwigheid als je starter bent”, aldus Hoetjes.

Friends-contract

Stadgenoot heeft ook andere initiatieven ontwikkeld om starters op weg te helpen. Zo ontwikkelden zij als eerste Amsterdamse woningcorporatie voor een deel van hun ongeveer 1.400 vrije sectorwoningen de mogelijkheid van een zogenaamd ‘Friends-contract’, naar de populaire televisieserie uit de jaren ’90. Met een Friends-contract huurt een groep vrienden samen een vrije sectorwoning, waar dat voorheen alleen voor partners en gezinnen mogelijk was.

Hoetjes: “Met dit initiatief geven we een sociale invulling aan onze vrije sectorwoningen. Ook dit initiatief heeft een enorme vlucht genomen. Intussen bieden bijna alle corporaties en een hoop particuliere beleggers deze mogelijkheid ook. Voor starters is dat fantastisch. We zijn blij dat we het zo voor veel starters mogelijk maken om toch betaalbaar in de stad te wonen. Dat is niet alleen goed voor die starters, maar uiteindelijk ook voor de stad en de economie”.