Drie vragen aan

De hypotheekmarkt volgens Roel Littooij (John P. de Wit)

11 maart 2016 Leestijd ± 2 minuten 202 views

Snelheid en lead generation zijn niet aan assurantiebureau John P. de Wit besteed. Het draait er om informatievoorziening en duurzame relaties. Adviseur Roel Littooij kent het klappen van de zweep en vertelt over het reilen en zeilen van het adviseurswezen in zijn regio.

Hoe zou u uw klantenkring omschrijven?
“We zijn gevestigd op Goeree-Overflakkee. Onze gemeente is erg traditioneel en loyaal. Die loyaliteit heeft er mede voor gezorgd dat we wat minder van de crisis te lijden hebben gehad dan de meeste andere regio’s. Het religieuze aspect reikt soms ook erg ver. Ik heb klanten gehad die bewust afzien van bijvoorbeeld een overlijdensrisicoverzekering. Onze klantenkring is dus wat conservatiever, maar ook loyaler en minder individualistisch dan in regio’s als Rotterdam en Den Haag, waar ik vroeger ook heb gewerkt.”

Wat verstaat u onder goed advies?
“Ik denk dat het belangrijk is dat je begrip hebt voor de overwegingen van de klant en hem in staat stelt afgewogen keuzes te maken. Wanneer de klant aangeeft die overlijdensrisicoverzekering niet te willen, wordt het aantal geldverstrekkers beperkt tot één en worden de maandlasten hoger. Kan de klant dat nu opbrengen? En in de toekomst, als er wellicht kinderen komen? Kan hij dezelfde auto blijven rijden, dezelfde hobby’s uitoefenen? Zo kom je uiteindelijk tot de essentie van wat mijns inziens goed advies is: een financieel plan dat het beste bij die klant past. Nu en in de toekomst.”

Als u minister van Financiën was, wat zou u dan veranderen?
“Ik geloof niet in de manier waarop consumenten nu geld lenen. Dat is nu gebaseerd op basis van onder meer het inkomen. Maar de levensstandaard en het uitgavenpatroon zijn daarbij buiten beschouwing gelaten. Er zijn mensen die prima kunnen rondkomen van 2000 euro per maand, terwijl anderen met 3000 euro op een houtje moeten bijten. We zouden moeten kijken wat er aan het einde van de maand onderaan de streep overblijft. Het huidige toetsingsbeleid noem ik ronduit naïef.”