Die houding is verklaarbaar. Pas als de klant binnen tien jaar de AOW-leeftijd bereikt, moet bij de inkomenstoets ook rekening worden gehouden met het verwachte pensioeninkomen. Maar een grens in de leennormen is nog geen grens voor goed advies. Een klant van 52 jaar die een hypotheek met een looptijd van dertig jaar afsluit, heeft niet pas over tien jaar een pensioenvraagstuk. Hij neemt vandaag een beslissing die tot ver na zijn pensionering doorwerkt.
De klant van vandaag denkt niet vanzelf aan later
Bij het AFM-onderzoek naar de kwaliteit van hypotheekadvies uit oktober 2024 waren ook gedragsexperts betrokken. Hun boodschap is herkenbaar: mensen gaan sterk uit van hun huidige situatie en anticiperen maar beperkt op toekomstige veranderingen. Dat horen we dagelijks aan tafel:
- “Dan ga ik tegen die tijd wel minder uitgeven.”
- “Waarschijnlijk verkoop ik de woning dan.”
- “Mijn pensioen zal vast wel voldoende zijn.”
- “En anders komt er misschien nog een erfenis.”
Dat zijn geen financiële plannen. Het zijn geruststellende gedachten, maar met vaak een onzekere basis. Juist daarom heeft de adviseur toegevoegde waarde, door ‘later’ te vertalen naar bedragen, woonlasten en keuzes.
Van middelloon naar premie
De Wet toekomst pensioenen maakt dat gesprek urgenter. Diverse pensioenfondsen zijn al overgestapt en in 2027 volgt een groot deel van de overige fondsen en pensioenregelingen.
Voor veel werknemers verdwijnt de middelloonregeling. In zo’n regeling werd de pensioenopbouw uitgedrukt in een jaarlijkse pensioenuitkering, gebaseerd op het gemiddeld verdiende pensioengevend salaris. Indexatie was niet zeker, maar de deelnemer zag wel een aanspraak in euro’s per jaar.
Binnen de Wtp staat niet langer de uitkering, maar de premie centraal. De ingelegde premie wordt belegd en vormt samen met het rendement een persoonlijk pensioenvermogen. De uiteindelijke pensioenuitkering staat daardoor minder vast en kan sterker meebewegen met beleggingsresultaten en renteontwikkelingen.
Vrij vertaald verandert de boodschap van: “U bouwt jaarlijks een bepaald pensioen op” naar: “Dit leggen we voor u in en dit zou daar later uit kunnen komen.”
Dat laatste woordje kunnen is voor de hypotheekadviseur behoorlijk relevant.
Drie premieregelingen, drie verschillende accenten
De Wtp kent drie soorten premieregelingen.
- Bij de solidaire premieregeling wordt collectief belegd. Rendementen en risico’s worden volgens vooraf vastgestelde regels verdeeld. Een solidariteitsreserve kan worden gebruikt om financiële tegenvallers te dempen.
- De flexibele premieregeling kent een meer individuele opbouw en doorgaans meer keuzevrijheid. Afhankelijk van de regeling kan de deelnemer bijvoorbeeld kiezen uit beleggingsprofielen en bij pensionering tussen een vaste en een variabele uitkering.
- De premie-uitkeringsovereenkomst kan alleen door een verzekeraar of premiepensioeninstelling worden uitgevoerd. Daarin worden risico’s niet collectief gedeeld, maar kan de deelnemer wel de mogelijkheid krijgen om vanuit het opgebouwde kapitaal een gegarandeerde vaste pensioenuitkering aan te kopen.
Je hoeft als hypotheekadviseur niet ieder technisch detail van deze regelingen te kunnen reproduceren. Je moet wel begrijpen dat het verwachte pensioeninkomen steeds minder één hard bedrag is. Kijk daarom niet alleen naar het middelste bedrag op het pensioenoverzicht. Wat gebeurt er met de betaalbaarheid van de hypotheek in een minder gunstig scenario?
Pensioenkeuzes zijn ook woonlastenkeuzes
De klant kan bovendien keuzes maken die rechtstreeks doorwerken in het inkomen voor later. Denk aan eerder of later met pensioen gaan, meer of minder werken, extra pensioen of een lijfrente opbouwen, waardeoverdracht en de keuze voor een bepaald beleggingsprofiel. Bij pensionering kan mogelijk worden gekozen voor een hoog-laagpensioen, een vaste of variabele uitkering of uitruil tussen ouderdomspensioen en partnerpensioen.
Niet iedere keuze is binnen iedere regeling mogelijk en daar ontstaat de behoefte aan advies. De hypotheekadviseur hoeft daarbij niet op de stoel van de pensioenadviseur of financieel planner te gaan zitten. Maar hij moet wel vaststellen wat pensioenkeuzes betekenen voor de woonlasten:
- Kan de klant zich de hypotheek ook veroorloven als hij drie jaar eerder stopt met werken?
- Past een variabele pensioenuitkering bij een grotendeels aflossingsvrije hypotheek?
- Is extra aflossen verstandiger dan extra pensioen opbouwen?
- Of is een combinatie van aflossen, lijfrente en vrij vermogen logischer?
Dat is levensloopgericht hypotheekadvies, geen integraal pensioenadvies.
Vergeet de partner niet
Ook het nabestaandenpensioen verandert. Bij overlijden vóór de pensioendatum wordt het partnerpensioen onder de Wtp in beginsel op risicobasis verzekerd. De hoogte wordt gekoppeld aan een percentage van het pensioengevend salaris. Dat klinkt overzichtelijker, maar brengt nieuwe aandachtspunten mee. Bij uitdiensttreding of werkloosheid kan de dekking na een uitloopperiode stoppen als geen vrijwillige voortzetting wordt geregeld. Een behoorlijk ouderdomspensioen zegt bovendien nog niets over de hoogte van het partnerpensioen.
De relevante hypotheekvraag blijft eenvoudig: kan de achterblijvende partner in de woning blijven wonen? Controleer dus niet alleen óf er nabestaandenpensioen is, maar ook hoeveel, tot wanneer en onder welke voorwaarden.
En dan is er nog de scheiding
Ook bij relatiebeëindiging staat een belangrijke wijziging op stapel. Het wetsvoorstel Pensioenverdeling bij scheiding beoogt conversie tot standaard te maken.
De ex-partner krijgt bij conversie een zelfstandig recht op een eigen deel van het ouderdomspensioen. Dat pensioen is dan niet langer afhankelijk van de pensioeningangsdatum en het leven van de andere ex-partner.
De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028, maar deze wetgeving is nog niet definitief.Het onderwerp hoort wel thuis in het vooruitkijken bij scheidingsadvies, ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid en de beoordeling van de toekomstige woonlasten van beide ex-partners.
Maak van pensioen geen administratief vinkje
Vraag daarom niet alleen: “Wat staat er op Mijnpensioenoverzicht?” Vraag ook wanneer de pensioenregeling overgaat naar de Wtp. Welke premieregeling gaat gelden? Wordt de klant van middelbare leeftijd gecompenseerd? Wat is het verwachte pensioen in een tegenvallend scenario? Welke keuzes wil de klant later kunnen maken? En wat blijft er voor de partner over bij overlijden?
Vervolgens vertaal je de antwoorden naar de hypotheek. Moet de schuld op pensioendatum lager zijn? Past de rentevastperiode bij het moment waarop het inkomen verandert? Is extra aflossen nodig? Moet er vermogen buiten de woning worden opgebouwd? Of is doorverwijzing naar een pensioenspecialist noodzakelijk?
De knop ‘later bekijken’ komt in geen enkel pensioenreglement voor. Toch gebruiken we hem in de adviespraktijk regelmatig.
De afsluitende vraag is daarom simpel: als jouw klant zich over vijftien jaar meldt omdat de hypotheek niet meer past bij het pensioeninkomen, kun je dan met overtuiging zeggen dat je dit onderwerp vandaag voldoende hebt besproken?
Wanneer gaat later over in te laat? Meestal eerder dan de leennormen aangeven.