Ergens tussen boei één en boei twee dacht ik: waarom doe ik dit eigenlijk? Ik had ook kunnen uitslapen. Een croissant kunnen halen. De krant kunnen lezen op een terras. In plaats daarvan stond ik om half tien ’s ochtends in een wetsuit te wachten op een startsein, samen met een paar honderd anderen die hetzelfde hadden bedacht.
Het makkelijke antwoord is: discipline. Doelen stellen. Jezelf overwinnen. Alle woorden die goed staan op LinkedIn en niets betekenen. Het echte antwoord is ingewikkelder, en ik denk dat het iets zegt over de tijd waarin we leven.
Ergens in de afgelopen jaren is sport voor mensen zoals ik - geen prof, geen talent, gewoon iemand met een baan en een agenda - iets anders geworden dan ontspanning. Het is een vorm van bewijs geworden. Bewijs dat je het nog kunt. Dat je niet bent vastgeroest. Dat je naast je werk en je verplichtingen ook nog ergens controle over hebt. Want over veel dingen heb je dat niet. Niet over de huizenmarkt, niet over de rente, niet over de wereld die elke ochtend in je nieuwsapp uit elkaar lijkt te vallen. Maar over of je vrijdagavond op tijd naar bed gaat zodat je zaterdag kunt zwemmen, dat wel.
Misschien is een triatlon dus geen sportevenement maar een soort therapie. Een paar uur waarin de wereld klein is: zwemmen, fietsen, lopen, klaar. Geen telefoon, geen mail, geen mening over alles. Alleen de volgende boei, de volgende bocht, de volgende kilometer.
En het werkt. Op de fiets vond ik mezelf terug, fietsen is iets dat ik wel kan. Ik weet wat de tellers me vertellen en wat ik daarmee moet. Eén voor één haalde ik mensen in. De helft van het parcours wind mee, de andere helft wind tegen. Helemaal in mijn element. De vraag van een uur eerder (waarom doe ik dit eigenlijk?) was even helemaal weg.
Tot het hardlopen. Daar weet je lichaam niet wat het overkomt. Je benen rennen in het luchtledige, alsof iemand anders ze heeft geleend zonder het te vragen. Aan alles komt een eind, en op dat moment kan dat niet snel genoeg.
Maar dan, na de finish, gebeurt iets vreemds. Je denkt: nooit meer. Echt nooit meer. En een dag later begint het alweer te kriebelen om je in te schrijven voor de volgende. Hoe snel je de pijn vergeet, dat blijft het wonderlijkste van het geheel.
En misschien is dát het eerlijke antwoord op mijn eigen vraag van bij boei één. We doen dit niet omdat we het leuk vinden terwijl het gebeurt. We doen dit omdat we erin zijn gaan geloven dat we het gedaan moeten hebben. En omdat ons geheugen ons aardig genoeg is om de twijfel bij boei één te wissen en alleen de finishfoto over te laten.
Wat is jouw versie van half tien ’s ochtends in een wetsuit?