Starters in Europa: hetzelfde probleem, andere cijfers

15 juli 2026 Leestijd ± 3minuten
Starters in Europa: hetzelfde probleem, andere cijfers

Een starter met spaargeld is tegenwoordig nog geen starter met kansen. Dat is misschien wel de ongemakkelijkste conclusie uit Hypostat 2025, het jaarlijkse rapport van de Europese Hypotheekfederatie. De vraag is niet alleen of iemand iets kan financieren, maar of er überhaupt iets te kopen valt.  

In Nederland hebben starters het zwaar. Maar wie over de grens kijkt, ziet dat starters in heel Europa tegen dezelfde muur oplopen. Alleen de cijfers verschillen per land.  

Nederland springt eruit door de hoge hypotheekschuld. De uitstaande hypotheekschuld bedraagt 159,9% van het besteedbaar inkomen van huishoudens. Alleen Zweden zit daar met 172,8% duidelijk boven; Denemarken zit met 150% in dezelfde buurt. 

Jarenlang is de vraag naar koopwoningen in Nederland gestimuleerd, terwijl het aanbod achterbleef. Strikte bestemmingsplannen, trage vergunningen, stikstofregels: het zijn bekende boosdoeners. Een starter kan op inkomen misschien maximaal lenen, maar het aanbod is schaars. Huizen zijn daarom duur.  

Maatregelen die bedoeld zijn om starters te helpen, zoals vrijstelling van overdrachtsbelasting, werken dan beperkt. Als er niet meer woningen bijkomen, belandt een deel van het voordeel gewoon in de verkoopprijs. Leuk voor de starter? Vooral leuk voor de verkoper. 

Duitsland: huren was logisch, kopen wordt lastiger 

Duitsland lijkt op papier een andere wereld. Het eigenwoningbezit ligt op 47,2%, als enige EU-land onder de 50%. Huren was er historisch aantrekkelijk door stevige huurdersbescherming en beleid dat de koopmarkt minder centraal zette. 

Maar ook daar loopt het vast. In 2024 daalde het aantal bouwvergunningen met 17,1%. Het aantal opgeleverde woningen zakte met 14,4% naar 251.937. De betaalbaarheid verbeterde iets door stijgende lonen en een gemiddelde hypotheekrente van 3,8%, maar de druk blijft. 

Voor starters komt daar nog een stevige drempel bij: transactiekosten kunnen, afhankelijk van de deelstaat, oplopen tot 5 à 15% van de koopprijs. Spaargeld verdampt dan snel.  

België: lagere instap, maar hetzelfde bouwprobleem 

België probeert starters juist aan de voorkant te helpen. In Vlaanderen betalen kopers van een eerste eigen woning vanaf 2025 nog maar 2% registratierechten. In Wallonië is dat 3%. Brussel kent een vrijstelling op de eerste €200.000 van de koopsom. 

Dat verlaagt de instapdrempel duidelijk. Ook de rente hielp mee: de gemiddelde hypotheekrente lag in 2024 op 3,4%, met 95% van de leningen tegen vaste rente. 

Maar ook hier wringt het aanbod. Bouwvergunningen daalden naar een index van 95,6, met 2015 als basisjaar. De vraagkant wordt soepeler gemaakt, maar de aanbodkant beweegt niet hard genoeg mee. Dan blijft startersbeleid al snel pleisters plakken op een muur die scheurt. 

Frankrijk: lagere prijzen, toch geen lucht 

Frankrijk laat zien dat dalende huizenprijzen niet automatisch goed nieuws zijn. Bestaande woningen werden in 2024 gemiddeld 3,8% goedkoper; in Parijs zelfs 5,8%. Toch zakte het transactievolume naar het laagste niveau in tien jaar. 

De nieuwbouw van eengezinswoningen daalde zelfs naar het laagste peil sinds de jaren zestig. De overheid verstrekte bijna 46.000 rentevrije startersleningen via de Prêt à Taux Zéro, maar eengezinswoningen waren in 2024 tijdelijk uitgesloten. Sinds 1 april 2025 geldt de regeling weer voor alle nieuwe woningen in heel Frankrijk, tot eind 2027. 

 Opvallend: starters waren goed voor 41% van alle nieuwe hypotheken. Niet omdat de markt zo toegankelijk werd, maar omdat doorstromers vaker afhaakten. 

Meer woningen 

In markten waar het aanbod niet groeit, werken vraagmaatregelen maar beperkt. Dat geldt voor Nederland, maar steeds vaker ook voor Duitsland, België en Frankrijk. 

Starters hebben niet alleen behoefte aan leencapaciteit, vrijstellingen of gunstige regelingen. Ze hebben vooral meer woningen nodig. Zonder extra aanbod wordt elk steuntje in de rug al snel een duwtje richting hogere prijzen. En daar hebben starters niets aan.  

De komende weken kijkt Kop-Munt over de grens. Hoe steekt de Nederlandse hypotheekmarkt af bij onze buurlanden? Van wie kunnen we wat leren en voor wie zijn wij juist het goede voorbeeld? 


Lees ook
Hypotheekupdate Q2 2026: Markt blijft groeien, ondanks oplopende rente

Hypotheekupdate Q2 2026: Markt blijft groeien, ondanks oplopende rente

De hypotheekmarkt heeft ook in het tweede kwartaal de opgaande lijn doorgetrokken. Dat blijkt uit de Hypotheekupdate Q2 2026 die nu op Kop-Munt staat. Zowel de hypotheekomzet als het aantal afgesloten hypotheken stegen als we het vergelijken met het eerste kwartaal van dit jaar en met het tweede kwartaal van vorig jaar. Dat is opvallend, omdat de hypotheekrente juist verder opliep en de economische en geopolitieke onzekerheid toenam.  

Peter Kilsdonk: ‘Waarom kan maatwerk bij scheiden wél, maar bij starters niet?’
Door de ogen van:

Peter Kilsdonk: ‘Waarom kan maatwerk bij scheiden wél, maar bij starters niet?’

Geef hypotheekadviseurs meer ruimte om op basis van explain te werken. Daarvoor pleit Peter Kilsdonk van Van Bruggen Veenendaal. Want of het nu gaat om starters, doorstromers of senioren: volgens hem houden regels soms oplossingen tegen die financieel prima verantwoord zijn. “Het zou veel meer moeten gaan om de vraag: kunnen mensen het betalen of niet?” 

Jochem Bruijn en Pepijn Grapendaal: “Starters willen geen hypotheekcollege van twee uur”

Jochem Bruijn en Pepijn Grapendaal: “Starters willen geen hypotheekcollege van twee uur”

Het vak vergrijst, maar bij De Hypotheker in Dordrecht geven vooral twintigers advies. Jochem Bruijn (26) en Pepijn Grapendaal (22) zien dat vooral starters daar blij van worden. “Wij kunnen hypotheken uitleggen zonder dat het saai en stoffig wordt.” 

Starters met studieschuld betalen hoge prijs voor aanscherping woonquote

Starters met studieschuld betalen hoge prijs voor aanscherping woonquote

Elke week bespreken we belangrijk nieuws uit de hypotheeksector met een adviseur. Deze week is het woord aan Jan Thale Haandrikman, directeur van Van Bruggen. Met de aanscherping van de woonquote wordt het voor starters met een studieschuld nog lastiger om een woning te kopen. Dat geldt vooral voor de ‘pechgeneratie’. “Dat is niet alleen onrechtvaardig, maar ook contraproductief.” 

Nieuwsbrief

Als eerste de achtergronden bij het hypotheeknieuws lezen? Benieuwd naar opinies uit de markt? Meld je aan voor de nieuwsbrief en je mist nooit meer iets op www.kop-munt.nl

 

Om u beter en persoonlijker te helpen, gebruiken wij cookies en vergelijkbare technieken. Als u verder gaat op onze website gaan we ervan uit dat u dat goed vindt. Meer weten? Lees dan de privacy policy.