De kinderen vroegen of ik wilde helpen met het zandkasteel. Ik keek naar mijn handdoek, waar een boek lag waar ik al drie vakanties in probeer te komen, en naar de plek waar ik eigenlijk een middagdutje had gepland. Maar al snel begon het te kriebelen. Gewapend met een emmer, twee schepjes en nog wat vormpjes voor de zandsculpturen bovenop de torens gingen we aan de slag.
Twintig meter verderop was ook een vader bezig. Zijn kasteel had een brug. Ik heb er even naar gekeken en iets in mij besloot dat dit langer ging duren dan gepland. Niet vanwege de kinderen.
Een uur later lag ik op mijn buik in het natte zand de buitenmuur bij te werken. Het boek lag nog op de handdoek. Ik had een bouwvolgorde in mijn hoofd, een mening over de toren aan de zeezijde, en op het moment dat mijn zoon met een volle emmer aan kwam rennen hoorde ik mezelf "rustig, rustig" roepen tegen een kind dat zijn eigen kasteel kwam uitbreiden. Hij kieperde de emmer leeg op mijn net gladgestreken wal. Ik heb even met mijn ogen dicht gezeten. Zij hadden om hulp gevraagd, en ergens in dat uur was het mijn kasteel geworden en waren zij het risico.
Verkeerde hoogte
Ik had ook, anders dan zij, gezien waar de vloedlijn lag. Daar heb ik niets over gezegd, want je gaat een kind van zes niet uitleggen dat zijn gracht op de verkeerde hoogte ligt. Om een uur of zes kwam het water. Eerst in de gracht, wat mijn zoon volledige genoegdoening gaf, en daarna in één keer over de hele westmuur. Twintig meter verderop ging de brug ook. De kinderen stonden te juichen. Ik stond te kijken naar drie uur werk, en heel even naar de andere vader, die naar zijn brug stond te kijken.
Dat gevoel ken ik van kantoor. We hebben onszelf aangeleerd dat een goed advies een advies is dat blijft staan, terwijl vrijwel alles waar we op bouwen jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld door mensen die het dossier nooit hebben gezien. Neem box 3. De Tweede Kamer nam in februari een compleet nieuw stelsel aan, twee weken later liet de bewindspersoon weten dat het zo niet ging werken, en de Eerste Kamer wacht sindsdien op een reparatie die op Prinsjesdag komt. Terwijl die reparatie wordt geschreven, wordt onderzocht of het fundament er niet heel anders uit moet zien. Ook daar bouwt iedereen gewoon door, op dezelfde hoogte.
Zonder gracht
De volgende middag waren de kinderen opnieuw begonnen, zonder gracht en zonder mij. Ik lag op mijn handdoek, eindelijk met dat boek, en ik heb geen letter gelezen. Ik lag te kijken of ze de toren aan de zeezijde wel goed aanpakten.
Het water kwam die avond een uur later aan bij hun kasteel, dat ze een meter hoger hadden gebouwd, en bleef steken bij de eerste muur. Ze juichten, en ik juichte een beetje mee vanaf mijn handdoek. Eén vloed, meer hadden ze niet nodig om te leren. Morgen gaan we de brug maken.