De verschuiving naar kortere rentevasteperiodes heeft gevolgen voor het collectieve risicoprofiel van Nederlandse huishoudens. Als een groot deel van de hypotheken binnen vijf tot tien jaar aan herziening toe is, en de rente dan hoger staat, kunnen de maandlasten voor veel huishoudens tegelijkertijd oplopen.
DNB houdt dit in de gaten. De totale hypotheekschuld in Nederland bedroeg eind 2024 ruim €890 miljard. Nog nooit was de hypotheekschuld zo hoog. Maar daar hoort een kanttekening bij: in 2011 was de hypotheekschuld groter dan het bruto binnenlands product (103%). Door verschillende ingrepen is de ratio inmiddels gedaald tot circa 75%. Het risico voor de Nederlandse economie is daarmee ook minder.
Wat zien we bij de landen om ons heen?
Spanje kiest massaal lang vast: 90% van de nieuwe hypotheken heeft een vaste rente, waarvan 60% met een rentevasteperiode van meer dan tien jaar. Portugal liet in 2024 een omslag zien: na jaren van variabele rente koos ineens 73% voor een vaste rente, een stijging van 37 procentpunten in één jaar. In België kiest bijna 95% voor een lange vaste rente. In Duitsland is 10 tot 15 jaar vast al jaren de norm. Dezelfde rentecyclus, tegengesteld gedrag: terwijl de buren bescherming zoeken, gokt Nederland op rentedaling.
Voor individuele huizenkopers is de les simpel: de keuze voor een kortere rentevasteperiode is een weloverwogen gok op de renteontwikkeling. Soms klopt die gok, soms niet. Wat telt, is dat de keuze bewust wordt gemaakt, met oog voor het scenario waarin de rente niet daalt.
Vertrouwen, of ongeduld?
Wat zegt deze voorkeur over ons vertrouwen in de markt? Het antwoord is tweeledig. Enerzijds weerspiegelt het vertrouwen: dat de rente zal dalen, dat de markt voldoende flexibiliteit biedt om later bij te sturen, en dat Nederland een robuuste hypotheekinfrastructuur heeft. Anderzijds zit er ook ongeduld in: de nood om nu te kunnen kopen, tegen een maandlast die past, zonder te ver vooruit te kijken.
Hypotheekrente
De renteontwikkeling in 2025 lijkt dat ongeduld vooralsnog te rechtvaardigen. De hypotheekrente voor tien jaar vast schommelde het grootste deel van 2025 rond de 3,7%, terwijl de ECB de depositorente in juni 2025 verder verlaagde naar 2%. Maar het beeld kan snel kantelen: de langetermijnrentes trokken in 2025 al aan door defensie-uitgavenplannen en handelsonzekerheid, en in juni 2026 verhoogde de ECB de depositorente voor het eerst weer naar 2,25%, vanwege oplopende inflatie.
Of het vertrouwen structureel terecht is, hangt af van wat de rente de komende jaren doet. Dat weet niemand zeker. Maar de keuze zelf, massaal kiezen voor kortere rentevasteperiodes in een markt die historisch juist lang vast prees, is een signaal dat de Nederlandse hypotheekmarkt beweeglijker is dan ze misschien lijkt.
De komende weken kijkt Kop-Munt over de grens. Hoe steekt de Nederlandse hypotheekmarkt af bij onze buurlanden? Van wie kunnen we wat leren en voor wie zijn wij juist het goede voorbeeld?