Stel je voor: je loopt over straat, iemand wijst naar je en zegt: “Jij hebt net een broodje kroket gegeten!” Verbaasd kijk je op. “Nee joh,” zeg je. “Ik heb net een salade achter de kiezen.” “Bewijs het maar,” zegt de ander met een stalen gezicht. Daar sta je dan. Zonder servetje, zonder kassabon, zelfs geen blaadje sla meer in je holle kies.
Zo voelt het een beetje als we het over de aftrekbaarheid van hypotheekrente hebben. Vanaf 2001 geldt er een duidelijk regime: je hebt maximaal 30 jaar recht op renteaftrek. Klinkt simpel. In theorie dan.
Want zeg eens eerlijk: wie woont er nog in precies hetzelfde huis, met dezelfde hypotheek als op 1 januari 2001? Inderdaad, bijna niemand.
Sindsdien hebben we gekocht, verkocht, samengewoond, weer alleen gewoond, verbouwd, verhuisd en – o ja – ook nog enthousiast afgelost, omdat dat een tijdje ‘hot’ was. En ergens onderweg is dat heldere rekensommetje van 30 jaar aftrek een soort escape room geworden waar je zonder draaiboek niet meer uitkomt.
Neem bijvoorbeeld de doorstromer die van een appartement naar een huis ging, toen ging samenwonen, opnieuw een hypotheek afsloot, een deel afloste, weer verhuisde… En nu in 2025 zich afvraagt: welk deel van mijn hypotheekrente is nog aftrekbaar ná 2030?
En belangrijker nog: hoe weet de Belastingdienst wat het geval is?
De fiscus gaat straks zitten turven welke rente jij vanaf 31 december 2030 nog mag aftrekken. Met het saldo van 1 januari 2001 als uitgangspunt. En al die tussenstappen? Die moet jij maar netjes kunnen onderbouwen. Alsof je kunt aantonen dat je géén broodje kroket hebt gegeten, ergens halverwege 2012.
Nee, de gemiddelde consument kan dat niet. En heel eerlijk? De gemiddelde hypotheekadviseur trouwens ook niet.
We hebben een systeem gecreëerd waarin de overheid steeds meer vraagt van de burger, maar ondertussen zelf met vage definities en complexe regels strooit. Dat gaat op papier prima. Totdat het echte leven ertussen komt.
Misschien is het tijd dat we niet alleen de renteaftrek gaan herzien, maar ook de manier waarop we van mensen verwachten dat ze hun financiële leven reconstrueren als een misdaadscene.
Want zolang je moet bewijzen wat je niet gedaan hebt, sta je altijd met 1-0 achter. Of met mosterd op je wang. Terwijl je écht alleen een salade had gegeten.