Die reacties waren goed te begrijpen. Een gemiddelde zegt immers niets over de individuele koper die bij een adviseur aan tafel zit. Tegelijk komen er nu opnieuw cijfers binnen, van meerdere kanten, die dezelfde beweging laten zien. Reden genoeg om er nog eens goed naar te kijken.
HDN: recordbedrag aan eigen geld
Uit de kwartaalcijfers van HDN over het tweede kwartaal van 2026 blijkt dat alleenstaande kopers gemiddeld €63.663 aan eigen geld meebrachten bij de aankoop van een woning, bijna 12 procent meer dan een jaar eerder. Daarmee financierden zij gemiddeld 18 procent van de woningwaarde uit eigen middelen. Ook op de bredere kopersmarkt is die verschuiving zichtbaar: de gemiddelde woningwaarde steeg naar €532.100, terwijl het gemiddelde hypotheekbedrag minder hard toenam naar €376.600. Het verschil tussen woningwaarde en hypotheek wordt daardoor groter.
De Hypotheker: de hypotheeksom groeit niet meer mee
Bij De Hypotheker is diezelfde verschuiving terug te zien, vanuit een andere hoek. Het gemiddelde hypotheekbedrag onder starters bleef in de eerste vier maanden van 2026 vrijwel onveranderd op €347.899, terwijl woningen in maart gemiddeld 5 procent duurder waren dan een jaar eerder. Volgens De Hypotheker wijst dat op een trendbreuk, want in 2024 groeide het hypotheekbedrag van starters nog met 7 procent en in 2025 met 5 procent. Een verklaring die daarbij wordt genoemd: starters wijken vaker uit naar kleinere woningen of goedkopere regio's, of brengen meer eigen geld mee, waardoor de hypotheeksom zelf niet langer meestijgt met de huizenprijs.
MUNT: de eigen inbreng van kopers tot 35 jaar
Vorig jaar liet MUNT zien dat de gemiddelde eigen inbreng van kopers tot 35 jaar in onze portefeuille de afgelopen jaren sterk is opgelopen: van €34.805 in 2017 naar €91.073 in 2024. Die lijn zet door. In 2025 steeg de gemiddelde inbreng verder naar €110.318, meer dan een verdrievoudiging sinds 2017. De eerste helft van 2026 laat opnieuw een stijging zien.
Bij die cijfers hoort wel een kanttekening. MUNT keek naar kopers tot 35 jaar en leidde uit de verhouding tussen lening en woningwaarde af hoeveel eigen geld zij meebrachten. In die groep zitten grotendeels starters die hun eerste woning kopen, met eigen geld uit bijvoorbeeld spaargeld, een schenking of een familiehypotheek. Maar er zitten ook doorstromers in, die hun eigen inbreng halen uit de overwaarde van een verkochte woning. Dat is ook eigen geld, maar van een heel andere aard. Het verklaart deels waarom deze cijfers hoger liggen dan het bedrag dat andere partijen voor de bredere kopersmarkt meten.
Wat dit betekent
De cijfers komen van verschillende kanten, maar ze wijzen dezelfde kant op. HDN en MUNT laten rechtstreeks zien dat kopers meer eigen geld meebrengen. De Hypotheker laat hetzelfde zien vanaf de andere kant: als de huizenprijs stijgt en de hypotheeksom gelijk blijft, dan wordt dat verschil hoe dan ook uit eigen middelen betaald. Deels doordat kopers kleiner of goedkoper kopen, deels doordat ze simpelweg meer eigen geld inleggen.
Voor wie een huis wil kopen, wordt de vraag ‘wat heb ik nodig’ steeds minder met één getal te beantwoorden. Een onafhankelijke hypotheekadviseur bepaalt samen met de koper welke mix van hypotheek en eigen geld voor die specifieke situatie werkt, of dat eigen geld nu uit spaargeld komt, uit een schenking, uit een familiehypotheek of uit een andere mogelijkheid. Voor starters wordt hulp van ouders steeds belangrijker om een eigen woning te kunnen kopen.