Laatst was ik door vrienden uitgenodigd voor het Olympisch Kwalificatietoernooi Schaatsen in Thialf. Overal om me heen zag ik gespannen atleten die zich klaarmaakten voor hun discipline. Jaren van training, opoffering en blessures - allemaal voor die ene race. Hun gouden ticket naar Milaan.
Ergens halverwege de avond realiseerde ik mij: Dit ken ik. Dit is precies wat starters op de woningmarkt doormaken. Alleen krijgen zij geen stadion vol supporters, geen slow motion herhaling bij winst en geen interviewer die vraagt hoe het voelt.
Want dat is wat starters tegenwoordig zijn: Olympiërs. De kwalificatie-eisen zijn moordend. Je moet financieel in topvorm zijn, mentaal onverwoestbaar en bereid om jarenlang te trainen voor een moment dat vijftien minuten duurt. De bezichtiging is de finale. Je krijgt één kans. Het trainingsschema is meedogenloos. Funda-refreshen om 9 uur is de ochtendsessie op Papendal. Je duim ontwikkelt spiergeheugen. Je leert een plattegrond lezen, zoals een schaatser de ijscondities bestudeert. Noordligging, dragende muren, de afstand tot de meterkast - allemaal onderdelen van je meerkamp.
De bezichtiging zelf is de finale van de vijfhonderd meter. In vijftien minuten moet je de fundering beoordelen, de buren inschatten, vochtgeur onderscheiden van strategisch geplaatste geurkaarsen, én beslissen of je hier je hypothecaire leven wilt slijten. Een schaatser heeft het makkelijker. Die hoeft alleen maar twee rondjes te rijden. En dan het bieden. De jurybeoordeling. Maar dan een jury die je score niet laat zien. Je gooit een getal in de ring en wacht. Geen fotofinish, geen herhaling in slow motion. Alleen stilte. En dan: “Helaas, een andere partij heeft een beter bod uitgebracht.” Diskwalificatie, zonder te weten waarom.
Net als bij de Spelen heb je een heel team nodig. De hypotheekadviseur is je hoofdcoach - verantwoordelijk voor je financiële conditie. De aankoopmakelaar is je mental coach, degene die je na de zoveelste vierde plek weer opbouwt. En de ouders met een schenking? Dat zijn je sponsors. De grote namen op je outfit. Zonder hen kom je bij dit toernooi niet verder dan de voorronde.
Want vergis je niet: je concurreert niet alleen tegen andere amateurs. Die belegger zonder financieringsvoorbehoud? Dat is het staatsgesponsorde team dat met professionele staf en onbeperkt budget komt aanvliegen. Jij bent de sympathieke deelnemer uit een klein land, die al blij mag zijn met deelname. De blessures horen erbij. Overboden worden, is de hamstringblessure van de woningmarkt. Te laat met je bod omdat de taxateur niet op tijd kon, is de diskwalificatie op een technische fout. Je leert ermee leven, zoals elke atleet leert leven met teleurstelling. Vier jaar wachten op de volgende kans - of in dit geval: volgende week weer Funda refreshen.
Het Olympisch motto luidt: Citius, Altius, Fortius. Sneller, hoger, sterker. Voor de huizenkoper geldt: sneller bellen, hoger bieden, sterker incasseringsvermogen. Ik vroeg een starter die na veertien maanden eindelijk een huis had gekocht wat ze ervan had geleerd. Ze dacht even na. “Dat ik nooit meer wil verhuizen.” Dat is geen antwoord van iemand die net een gouden medaille heeft gewonnen. Dat is het antwoord van iemand die met pensioen gaat.
Starters: ik heb respect voor jullie. En voor iedereen die hen begeleidt, onthoud dit: achter elke aanvraag zit een Olympiër. Eentje die geen medaille krijgt, maar hooguit een sleutel.