De druk op de woningmarkt blijft onverminderd hoog, terwijl de ruimte voor nieuwbouw in steden als Den Haag - de uitvalsbasis van 070 Vastgoed - beperkt is. Volgens Lentze vraagt dat om een andere manier van denken. "De traditionele reflex is: bouwen, bouwen, bouwen," zegt hij. "Maar je kunt de bestaande stad veel slimmer gebruiken. Door woningen te splitsen, voeg je relatief snel nieuwe woonruimtes toe, zonder dat nieuwbouw op schaarse grond nodig is." Deze gedachte sluit aan bij de aanbevelingen van Rijksbouwmeester Veenstra, die pleit voor een nieuwe bouwcultuur. Minder focus op grootschalige nieuwbouw en meer aandacht voor verdichting, transformatie en hergebruik van bestaande gebouwen. Volgens Lentze is deze omslag onvermijdelijk. "We moeten af van het idee dat groei alleen buiten de stad kan plaatsvinden. Veel steden in Nederland bieden veel ruimte, mits je anders durft te kijken."
Delen is vermenigvuldigen
Het grote voordeel van woningsplitsing is volgens Lentze de snelheid en schaalbaarheid. Waar nieuwbouw vaak afhankelijk is van langdurige procedures en gebiedsontwikkeling, kunnen bestaande woningen relatief snel worden aangepast. "Als je het goed organiseert, kun je binnen de bestaande bebouwde omgeving veel woningen toevoegen, legt hij uit." Dat maakt splitsen één van de weinige oplossingen die op korte termijn echt impact kunnen hebben." Splitsen gaat volgens Lentze niet alleen over aantallen, maar ook over kwaliteit. Juist door bestaande woningen te transformeren, ontstaat ruimte om verouderde panden te verbeteren en te verduurzamen. "In veel Haagse wijken staan woningen die verouderd zijn en een laag energielabel hebben," zegt hij. "Door deze te splitsen, kun je deze oudere stadswoningen renoveren." Lentze ziet daarnaast veel positieve effecten voor de sociale dynamiek in buurten. "Je brengt nieuwe doelgroepen naar wijken waar de samenstelling soms eenzijdig is geworden. Dat zorgt voor meer diversiteit en levendigheid."
Inspelen op veranderende woonbehoeften
Een belangrijke drijfveer achter de groeiende aandacht voor woningsplitsing is de veranderende samenstelling van Nederlandse huishoudens. Inmiddels is het gezin niet meer de ‘hoeksteen van de woningmarkt’. Het aantal eenpersoonshuishoudens neemt de komende jaren verder toe. Op dit moment woont er in gemiddeld vier op de tien woningen maar één persoon. "Er zijn relatief veel grote woningen voor gezinnen, terwijl de vraag naar kleinere woonunits groeit", zegt Lentze. "Nederland telt ruim één miljoen eenpersoonshuishoudens. Er zijn steeds meer groepen, zoals starters, ouderen en mensen die na een relatiebreuk kleiner willen wonen. Splitsen helpt om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. Als we op de korte termijn sneller woningen willen toevoegen, moeten we veel meer naar de bestaande woonvoorraad kijken. Bijvoorbeeld door grotere eengezinswoningen om te bouwen naar meerdere, kleinere zelfstandige woningen." Zo’n 42 procent van de Nederlandse woningvoorraad bestaat uit rijtjeswoningen. Lentze ziet vooral in vooroorlogse stadswijken veel kansen. "Deze woningen zijn vaak flexibel in te delen en lenen zich goed voor meerdere zelfstandige units. In veel steden is daarnaast sprake van leegstand in winkels en kantoren", vertelt hij . "Door deze locaties te transformeren naar woningen voeg je niet alleen vierkante meters toe, maar vergroot je ook de leefbaarheid in een straat of woonwijk."
Splitsen is in de ogen van Lentze namelijk veel meer dan het creëren van ‘extra voordeuren’. Hij ziet het vooral als een slimme manier om stadswijken toekomstbestendig te maken. Een mooi voorbeeld is een project in het Haagse Laakkwartier, vlakbij station Hollands Spoor. In dit gebied ontwikkelde 070 Vastgoed projecten waarbij verouderde panden zijn gesplitst, gerenoveerd en verduurzaamd. "We hebben alle woningen geïsoleerd, nieuwe installaties geplaatst en de uitstraling van panden sterk verbeterd. Dat trekt nieuwe bewoners aan en zorgt voor een betere mix van leeftijdsgroepen en achtergronden. Je ziet de sociale cohesie in zo’n wijk toenemen."
Naar een nieuwe bouwcultuur
De oproep van Rijksbouwmeester Veenstra om scherpe keuzes te maken over de inrichting van Nederland onderschrijft Lentze volledig. Volgens hem bevindt de woningmarkt zich op een kantelpunt, waarbij niet langer de vraag is of we anders moeten kijken naar hoe we in onze steden willen wonen, maar hoe die omslag snel en goed kan worden gemaakt. Tegelijkertijd benadrukt hij dat dit alleen mogelijk is als beleid en regelgeving beter op elkaar worden afgestemd. "De stapeling van regels maakt het nu onnodig complex en remt investeringen", benadrukt Lentze. "Als we duidelijk met elkaar afspreken wat we belangrijk vinden voor onze stad en leefomgeving, kunnen we meters maken. Door wetgeving te vereenvoudigen en procedures te versnellen, ontstaat ruimte om de bestaande woningvoorraad effectiever te benutten en daadwerkelijk stappen te zetten in het verkleinen van het woningtekort."