Dat banken de mogelijkheden voor aflossingsvrije hypotheken beperken, stuit op onbegrip. Onafhankelijk financieel planner Paul van der Kwast: “Welk probleem los je ermee op door het moeilijker te maken? Ik zou het niet weten.” Van der Kwast snapt de aanscherping niet. “Die 50%-regel was nog te volgen. Maar 30% met een maximum van €150.000? Dat is moeilijk uit te leggen.”
Zijn bezwaar is principieel. Al in 2019 stelde Van der Kwast dat banken aflossingsvrij te ver inperken. Nederlandse hypotheken kennen relatief lage risico’s. De betalingsmoraal is hoog, inkomensstromen na pensionering zijn voorspelbaar en de rente is daar al op afgestemd. “Waarom moet je dat dan nog verder beperken? Er is geen probleem. Sterker nog: je creëert er één.”
Wie betaalt de prijs?
De rekening komt vooral bij 60-plussers te liggen. Klanten met een bescheiden maar stabiel pensioen, die al jaren probleemloos betalen. “Die kunnen hun lasten prima dragen, tot het einde. Maar bij het einde van een rentevasteperiode, een verhuizing of oversluiting lopen ze straks vast.” Wie ooit bewust koos voor aflossingsvrij, ziet de opties slinken op het moment dat flexibiliteit juist belangrijk wordt.
De discussie wordt vaak gevoerd vanuit macrocijfers: hoge hypotheekschuld ten opzichte van het bbp. Maar dat zegt weinig zonder context, zoals het goede Nederlandse pensioenstelsel. Dat hebben andere landen niet, betoogt Van der Kwast. Dezelfde maatregel op verschillende markten plakken, levert niet automatisch hetzelfde resultaat op.
Waarom banken deze koers kiezen, blijft vaag. Toezichthouders sturen, maar een acute noodzaak lijkt er niet. “Wat gebeurt er als banken dit niet doen? Gaat de ECB echt ingrijpen? Dat is maar de vraag.” Intussen wordt een van de meest voorspelbare producten op de balans verder ingeperkt. “Wat is er voor banken nou mooier dan een Nederlandse hypotheek? Relatief laag risico, stabiele opbrengst.”
Wat te doen?
Zijn advies is opvallend nuchter, net zoals het in 2019 al was. Niet halsoverkop gaan aflossen, maar zorgen voor een buffer. Want het echte risico zit niet in de schuld zelf, maar in veranderingen: rente, inkomen, levensfase. Het principe achter de oude spaar- en beleggingshypotheek blijft daarbij overeind: bouw vermogen op naast de lening. Niet om af te lossen omdat het moet, maar om ruimte te houden als het nodig is.
Is de angst voor aflossingsvrij overdreven? Volgens Van der Kwast wel. En daarmee wordt de kernvraag alleen maar urgenter. Als het risico beperkt is en de klant gebaat is bij flexibiliteit, waarom beperken we die dan? “Een oplossing zonder probleem blijft een vreemde reflex. Zeker als de rekening uiteindelijk bij de klant én de adviseur belandt.”